Shoenfield Prize Sebastiaan Terwijn

Sebastiaan Terwijn (IMAPP, Algebra and Logic) is one of the winners of the 2010 Shoenfield Prize of the Association of Symbolic Logic. The prize was awarded for a survey article about algorithmic randomness. The Shoenfield prize was established in 2007 and is awarded every three years.

From the Newsletter of the Association of Symbolic Logic:
2010 Shoenfield Prize Winners
Upon the recommendation of the ASL Committee on Prizes and Awards, the inners of the 2010 Shoenfield Prizes for outstanding expository writing in the field of logic have been selected. The Shoenfield Prize for a book has been awarded to John T. Baldwin for Categoricity (American Mathematical Society University Lecture Series, 2009). The prize carries a cash award of $1,500. The Shoenfield Prize for an article has been awarded to Rod Downey, Denis Hirschfeldt, Andre Nies, and Sebastiaan Terwijn for “Calibrating randomness”, published in The Bulletin of Symbolic Logic, vol. 12, no. 3 (September 2006), pp. 411–491. This prize carries a cash award of $1,000 to be shared by the winning co-authors. The Shoenfield Prizes will be awarded formally at a ceremony at the 2011 ASL North American Annual Meeting in Berkeley, California.

The Shoenfield prize was established by the ASL to honor the late Joseph R. Shoenfield for his many outstanding contributions to logic and to the ASL. Generations of logicians have especially valued Shoenfield’s expository gifts, and his writings provide models of lucidity and elegance. For general information about the Prize, visit www.aslonline.org/info-prizes.html.

Collega Alfred Heitink overleden

Met droefenis hebben wij kennis genomen van het plotselinge overlijden van drs. Alfred Heitink. Alfred Heitink is zondagmiddag 28 november om het leven gekomen bij een parachutesprong bij vliegveld Teuge.

Sinds 1995 was Alfred in diverse functies verbonden aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen: aanvankelijk als docent bij Communicatiewetenschap en later als deskundige op het terrein van de informatietechnologie in het onderwijs. Vanaf begin dit jaar was hij bovendien voorzitter van de Onderdeelcommissie.

De laatste periode heeft hij ook veel werk verzet als functioneel beheerder van de Studentenportal bij de Dienst Studentenzaken. Alfred was een zeer gewaardeerde collega en een ervaren parachutist.

Alfred is 44 jaar geworden. Wij gedenken hem als een gedreven en sympathieke medewerker. Onze gevoelens van medeleven gaan uit naar zijn naaste familieleden.

Begravenis
Alfred Heitink wordt zaterdag 4 december begraven. De plechtigheid vindt plaats om 11.00 uur in de Boskapel, Graafseweg 276, 6532 ZV Nijmegen. Aansluitend zal de teraardebestelling plaatsvinden op begraafplaats Jonkerbos, Winkelsteegseweg 78-80, 6534 AR Nijmegen.

John Witte op Yale University Youtube

Shari’a in the West. A Place for Religious Laws in Western Democracies? is de lezing van John Witte op 7 december. Bekijk de Yale University Youtube filmpjes over zijn visie op mensenrechten.
- John Witte, Jr. on human rights language in today’s globalized world
- Classroom Discussion: Faith and human rights
- Religious basis for human rights
- Christian and Muslim notions of faith and rights

Uitzending Rondom 10: de Shari’a in Nederland 

Shari’a in the West. A Place for Religious Laws in Western Democracies? – lezing door John Witte
Coreferenten: Jan Jaap de Ruiter en Piet Hein van Kempen
Dinsdag 7 december 2010, 20.00 – 22.00 uur
Aula Radboud Universiteit Nijmegen

 

Leerlingen raken gemotiveerder door het maken, dan door het spelen van een computerspel

Het zelf maken van een computerspelletje is motiverender voor leerlingen dan het spelen ervan. Het is een eigentijdse manier voor scholieren om het geleerde vast te houden. Dat blijkt uit onderzoek van onderwijskundige Nienke Vos van de Radboud Universiteit Nijmegen. De resultaten worden gepubliceerd in het eerste nummer van 2011 van het wetenschappelijke tijdschrift Computers & Education.

Door het spelen zijn leerlingen actief bezig met hun leerproces. Ze worden gemotiveerd door het spel en werken spelenderwijs aan opbouw en vermeerdering van kennis. Het maken van computerspelen is zelfs belangrijker voor het leren dan het spelen ervan, zo blijkt uit het onderzoek. Toch zijn educatieve spellen of games nog nauwelijks geaccepteerd in het onderwijs.

Spreekwoorden
Aan het onderzoek werkten 235 leerlingen uit de groepen 7 en 8 van vier Nederlandse basisscholen mee. Ze kregen allemaal een introductieles over spreekwoorden. Daarna mochten ze zelf spreekwoorden verzamelen en de betekenis ervan opzoeken. Vervolgens maakte de helft van de leerlingen een eenvoudig spelletje op de computer, de andere helft speelde een sleepspel over spreekwoorden.

Spellenmakers meest gemotiveerd
Leerlingen die zelf een spel maakten, vonden de les leuker én gebruikten meer leeractiviteiten dan de leerlingen die het spel speelden. Nienke Vos legt uit: ‘Dat komt omdat de leerlingen die het spel gemaakt hebben veel meer zelf hebben moeten doen. Ze verplaatsen zich in de rol van de maker. Het werken aan de game wakkert hun diepe leerstrategie aan.‘

Spellenspelers juist minder gemotiveerd
Gamespelers waren na afloop juist minder gemotiveerd. Vos: ‘Spelen kan motiverend zijn, maar dan moet het spel wel voldoen aan een aantal kenmerken. Zo mag het niet te makkelijk, maar ook niet te moeilijk zijn, moet het aansluiten bij het niveau van de leerling, en moet het er aantrekkelijk uitzien. Dit alles maakt uit of een leerling uitgedaagd wordt of niet. Vos ontdekte dat de spelers wèl competitiever waren.
Ze vond geen verschillen tussen meisjes en jongens. Nienke Vos denkt dat dat te maken kan hebben met het soort spel: ‘Het spel was vrij neutraal. Meisjes zijn over het algemeen meer geïnteresseerd in taal, jongens in techniek. Voor zowel jongens als meisjes had het spel iets aantrekkelijks.’

Educatieve games
Nienke Vos: ‘Lessen met games of computerspelen kunnen een goede manier zijn om kinderen te motiveren, maar ze hoeven zijn niet interessanter te zijn dan lessen zonder games.’ Met andere woorden: de aard van de opdracht draagt bij aan de motivatie en het gebruik van een bepaalde leerstrategie.
Games kunnen een goed leermiddel zijn, mits ze in de juiste educatieve context worden aangeboden. Daarbij is motivatie van de leerkracht niet onbelangrijk. Onderwijzenden zouden meer handvatten aangereikt moeten krijgen voor het werken met educatieve games.

Vos, N., Van der Meijden, H., & Denessen, E. (2010). Effects of constructing versus playing an educational game on student motivation and strategy use. Computers & Education (2010), doi:10.1016/compedu.2010.08.013.

Eerste fictieboek van Jan Derksen over psychotherapie

De woorden om het te zeggen, is de titel van het zojuist verschenen boek van Jan Derksen, hoogleraar Klinische psychologie en praktiserend psychotherapeut. Anders dan zijn eerdere werk zoals Het narcistisch ideaal opvoeden in een tijd van zelfverheerlijking, of Zijn wij wel narcistisch genoeg, is dit een roman over psychotherapie.

Hoe werkt psychotherapie?
Derksens eerste fictieboek gaat over Tim, een hoogleraar fysica die na afloop van een psychotherapeutische behandeling achterblijft met een groot aantal vragen. Hij vraagt zijn psychotherapeute Carla om een serie afspraken, niet voor behandeling, maar voor uitleg over het psychotherapieproces dat hij heeft ondergaan. Hij wil beter begrijpen hoe psychotherapie werkt.
Er vinden acht ontmoetingen plaats die in de vorm van een dialoog worden beschreven en waarin ook bijgedachten, fantasieën en dromen van zowel Tim als Carla een plaats krijgen. Weldra blijken de intenties van Tim complexer te liggen dan hij aanvankelijk meldde en ook Carla lijkt te wankelen in haar rol als docent.

Weg met heilige huisjes
De woorden om het te zeggen zit vol met waardevolle informatie over hoe psychotherapie werkt, de mechanismen die werkzaam zijn in psychische stoornissen, de psychologie als discipline, sociaal-maatschappelijke en politieke aspecten van hulpverlening, etcetera. Menig heilig huisje gaat omver in de heftige discussies tussen de twee vertegenwoordigers van geheel verschillende disciplines. Het is een toegankelijk boek voor zowel hulpverleners als geïnteresseerden in psychotherapie.

De woorden om het te zeggenIn therapie
Jan Derksen verwacht dat zijn boek goed kan meeliften op het succes van de TV-serie In Therapie. Vanwaar die belangstelling voor dit vak? Derksen: ‘De vraag naar hulp bij psychische moeilijkheden en dan bedoel ik niet alleen symptomen zoals een depressie of een paniekaanval, maar ook andere psychische kwetsbaarheden zoals ingewikkelde keuzeproblemen en complexe relatiestoornissen, zoals die ook in het programma In Therapie te zien waren, is enorm toegenomen.
Iedereen is druk en heeft eigen prioriteiten, echte aandacht voor de ander ontbreekt vaak. Veel mensen zijn op zoek naar psychotherapie en hopen en verwachten dat ze goede intensieve gesprekken krijgen die gaan over hun dieper liggende vragen zoals die naar hun eigen identiteit, hun plaats en functie in het leven, hun perspectief op hoe ze met anderen om kunnen en willen gaan, hun houding ten opzichte van ziekte en dood, de zingeving aan hun bestaan.

Behandelprotocollen
Die hulp wordt schaarser door het accent op behandelprotocollen die de uitvoerder ervan minder belangrijk maken. Gelukkig blijven er genoeg ervaren psychotherapeuten die tegemoet kunnen komen aan deze diepere vragen van veel mensen. In mijn boek komen deze onderwerpen aan de orde en dan gaat het dus echt over de diepere binnenwereld niet over de buitenkant. Ik heb de suggestie gekregen op basis van dit boek een film te laten maken.’

Prof. dr. J.J.L. Derksen heeft jarenlang onderzoek gedaan naar persoonlijkheidsstoornissen en publiceerde daarover in binnen- en buitenland. Deze roman is verschenen bij Bert Bakker.

 

I

Dr. Mark Huijbregts hoogleraar Integrale milieuanalyse

Dr. M.A.J. (Mark) Huijbregts (1972) is per 1 november 2010 benoemd tot hoogleraar Integrale milieuanalyse bij de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Mark Huijbregts werkt aan de ontwikkeling en toepassing van indicatoren voor de milieubeoordeling van producten en stoffen. De focus in de toepassing ligt op de milieubeoordeling van hernieuwbare energiebronnen, zoals zonnecellen en biobrandstoffen.

Mark Huijbregts studeerde biomedische wetenschappen met als specialisatie toxicologie en behaalde in 1996 zowel zijn doctoraal biomedische wetenschappen als milieukunde aan de Radboud Universiteit.  In 2001 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam bij prof. dr. L. Reijnders op onderzoek naar het kwantificeren van onzekerheden in de milieubeoordeling van producten.

Huijbregts was tijdens zijn promotie in 1999 gastonderzoeker bij de Transboundary Air Pollution Group van het Internationaal Instituut voor Toegepaste Systeemanalyse, Oostenrijk. In 2001 trad hij in dienst van de Radboud Universiteit, eerst als postdoc bij de afdeling Milieukunde, later als universitair docent en sinds 2010 als universitair hoofddocent. In 2005 verbleef Huijbregts aan de ETH in Zürich als gastonderzoeker bij prof. dr. Hungerbühler.

 

 

Frye stipendia voor de twintigste keer uitgereikt

Dinsdag 30 november ontvangen tien veelbelovende vrouwelijke onderzoekers een Frye-stipendium. Het is de twintigste keer dat het college van bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen deze stipendia uitreikt.

Het stipendium is vernoemd naar dr. I.B.M. Frye. Zij was in 1953 een van de eerste vrouwelijke wetenschappelijke medewerkers aan de Radboud Universiteit. De toelagen hebben tot doel vrouwelijke promovendi aan te moedigen om hun wetenschappelijke loopbaan na de voltooiing van hun proefschrift voort te zetten. De stipendia bedragen 3500 euro per persoon en gaan dit jaar naar de volgende onderzoeksters:

Mevrouw drs. Sophie Bolt (Filosofie/Theologie/Religiewetenschappen)
Mevrouw drs. Martine Zwets (Letteren) 
Mevrouw  mr. Ingrid Ligteringen (Rechtsgeleerdheid)
Mevrouw drs.  Thao Ha (Faculteit der Sociale Wetenschappen)
Mevrouw drs. Marloes de Lange (Faculteit der Sociale Wetenschappen)
Mevrouw drs. Berber Pas (Faculteit der Managementwetenschappen)
Mevrouw drs. Lu Xu  (Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica)
Mevrouw drs. Dion  Coumans (Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica)
Mevrouw drs. Eveline Snelders ( Faculteit der Medische Wetenschappen)
Mevrouw drs. Marleen van Gelder ( Faculteit der Medische Wetenschappen)

Nieuw gen voor aangeboren afwijking aan geslachtsorgaan

De kinderurologen van het UMC St Radboud opereren jaarlijks zo’n honderd jongetjes die geboren zijn met hypospadie. Bij hen mondt de plasbuis niet uit op het topje van de penis, maar bijvoorbeeld ergens halverwege, aan de basis van de penis of zelfs in of bij de balzak. Nijmeegse genetici, epidemiologen en kinderurologen zijn op zoek gegaan naar de oorzaken van deze aangeboren afwijking. Ze vonden onverwacht een sterke relatie met een gen, dat tot nu toe niet in verband werd gebracht met hypospadie (Nature Genetics on line, 28 nov).

In de familie
Eén op de 375 jongetjes wordt geboren met hypospadie. Ze worden vaak al in het eerste levensjaar geopereerd. Toch kan de aandoening later nog vervelende psychische en seksuele gevolgen hebben, waarover niet graag gesproken wordt. Dat er bij hypospadie genetische factoren in het spel zijn, was al langer duidelijk. Bij ongeveer vijf procent van de patiënten komt de aandoening namelijk ook ergens anders in de familie voor, bijvoorbeeld bij een neef of een oom. De overerving van hypospadie is echter complex, bij de meeste patiënten spelen vele kleine genetische afwijkingen een rol.
Toch moeten er ook andere dan erfelijke factoren een rol spelen. Het lijkt er zelfs op, dat de afwijking tegenwoordig vaker voorkomt dan vroeger. ‘Als dit klopt, is de vraag waar dat mee te maken kan hebben,’ zegt één van de leiders van het onderzoek, reproductie-epidemiologe dr. Nel Roeleveld. ‘Blootstelling aan schadelijke stoffen of medicijnen? Het voedingspatroon van de moeder? Een combinatie van genetische en omgevingsfactoren?’

AGORA
Bij het UMC St Radboud loopt een uitgebreid onderzoek naar de oorzaken van verschillende aangeboren afwijkingen, het AGORA-project. Hypospadie is er één van. De ouders van zo’n achthonderd jongens die hiervoor in het Radboud geopereerd zijn, hebben lijsten met vragen over hun leef- en werkomstandigheden ingevuld. Ze lieten ook hun bloed en dat van hun zoontje prikken. Eerst hebben de onderzoekers gezocht naar variaties in genen, die een rol spelen bij de vorming van geslachtshormonen. ‘We vonden daar geen verhoogd risico,’ aldus onderzoekster drs. Loes van der Zanden. ‘Misschien zijn kleine genetische variaties in deze geslachtshormonen minder belangrijk bij het ontstaan van hypospadie dan we tot dusver dachten.’

X-chromosoom
Vervolgens namen de onderzoekers het volledige genoom onder de loep, in een zogenoemde genoombrede associatiestudie. Daaruit kwam een onverwachte en opmerkelijk sterke relatie naar voren tussen enkele variaties in het gen DGKK en hypospadie. Een jongen met een afwijkend DGKK-gen heeft een 2,5 keer grotere kans op hypospadie dan andere jongens. Om hierover meer zekerheid te krijgen is dit deel van het onderzoek herhaald met patiënten van het Karolinskaziekenhuis in Stockholm. Dat bevestigde de Nijmeegse resultaten.
Over het DGKK-gen, dat op het X-chromosoom ligt en dus bij jongens altijd afkomstig is van de moeder, is alleen bekend dat het betrokken is bij communicatie tussen lichaamscellen. Hoe dat leidt tot hypospadie is nog een raadsel.

Als een gezin een zoon heeft met hypospadie, is de kans 14 procent dat een volgende zoon er ook mee geboren wordt. Als de tweede zoon echter de gevonden variant in het DGKK-gen erft, is zijn kans op hypospadie beduidend groter, namelijk 27 procent.

Nog niet afgerond is het deel van het onderzoek, waarin gekeken wordt naar combinaties van genen en  andere factoren die mogelijk van invloed zijn, bijvoorbeeld omgevingsfactoren.

Dr. Erwin van der Krabben hoogleraar Vastgoed- en locatieontwikkeling

Dr. E. (Erwin) van der Krabben (Rosmalen, 1966)  is per 1 november 2010 benoemd tot hoogleraar Vastgoed- en locatieontwikkeling aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Van der Krabben is deskundig op het gebied van grondbeleid en (financiële aspecten van) locatieontwikkeling, (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen, detailhandelsbeleid en ruimtelijke ordening in het algemeen.

Erwin van der Krabben studeerde Planologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde in 1995 aan de Universiteit van Tilburg op het gebied van de Economische Wetenschappen op onderzoek naar Urban Dynamics: A Real Estate Perpective.

Van der Krabben was medeoprichter en directeur van de STEC Groep, een onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van vastgoed. Van 1999 tot 2005 was hij senior consultant bij Buck Consultants International te Nijmegen. Aansluitend werd hij partner en business unit manager bij Ecorys Real Esate te Rotterdam.

Sinds begin 2006 is de heer Van der Krabben als universitair hoofddocent verbonden aan het Institute for Management Research, opleiding Planologie van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is coördinator van diverse onderzoeksprogramma’s en leidt onder meer een consortium dat onderzoek doet naar vraagstukken met betrekking tot de (her)ontwikkeling van werklocaties. Tevens doet hij onderzoek naar de (financiële) problematiek bij binnenstedelijke gebiedsontwikkeling en duurzaamheidsaspecten van gebiedsontwikkeling. Hij participeert in een Europees onderzoeksproject naar grondbeleid. Onlangs becommentarieerde hij in diverse dag- en weekbladen de rol die gemeenten spelen op de grondmarkt en de grote risico’s die zij daarbij lopen.

Prof. Van der Krabben heeft een prominente rol in het onderwijs op het gebied van de planologie, in het bijzonder grondmanagement, vastgoedontwikkeling en gebiedsontwikkeling en governance vraagstukken, onderdelen van de bacheloropleiding Sociale geografie, Planologie en Milieu en de masteropleiding Planologie. Van der Krabben zal onderzoek doen binnen het programma Governance and Places.

Simulcast van TEDxAmsterdam in Nijmegen

Op dinsdag 30 november kan iedereen een simulcast van de tweede Nederlandse TED-conferentie bijwonen op de Radboud Universiteit Nijmegen. In de Learning Zone van de Nijmeegse universiteitsbibliotheek kunt u een livestream van de conferentie volgen en – belangrijker nog – met anderen in discussie treden, zowel on- als offline.

De conferentie zelf vindt plaats in de Stadsschouwburg Amsterdam. Sprekers van TEDxAmsterdam zijn o.a. acteur Rutger Hauer, plastisch chirurg dr. Irene Mathijssen, nanobiofysica dr. Anita Goel en soprano Claron McFadden. Gastheer is journalist Joris Luyendijk.

Nijmeegse inbreng
De Nijmeegse hoogleraar Integratieve fysiologie Maria Hopman spreekt ook in Amsterdam. Zij zal vertellen over de iceman rond 14.15. 

Het programma begint om negen uur ‘s ochtends en duurt tot ‘s avonds negen uur. De toegang is gratis. De conferentie bestaat uit verschillende sessies, dus kies uw favoriete sprekers en loop binnen!

Wat TED is
TED (Technology, Entertainment, Design) begon in 1984 als conferentie om mensen uit de voornoemde disciplines bijeen te brengen, maar groeide uit tot een wereldwijd platform gericht op ‘ideas worth spreading’. Anno 2010 is TED een global community waar sprekers hun expertise delen, met als doel bij te dragen aan een betere toekomst. Al meer dan achthonderd sprekers deden hun verhaal, onder wie Jane Goodall, Benoit Mandelbrot, Robbert Dijkgraaf, Douglas Adams, Al Gore en Richard Branson.

Plaats en tijd simulcast
Centrale Bibliotheek Radboud Universiteit Nijmegen, Learning Zone (links van de hoofdingang), Erasmuslaan 36,  9.00-21.00u.

Zie voor verdere details www.ru.nl/cultuuropdecampus en voor actuele updates @RUnijmegen en @Cultuurodcampus op Twitter en de Facebook-pagina van Cultuur op de Campus.