Radboudstudenten terug uit Cairo

Zes Radboudstudenten Arabisch en Islam, die sinds anderhalve week in Egypte zijn voor hun buitenlandsemester aan het Nederlands-Vlaams Instituut in Cairo, komen zo spoedig mogelijk terug naar Nederland.

De studenten hebben het afgelopen weekend van het Nederlands-Vlaams Instituut in Cairo het advies gekregen om naar Nederland terug te keren. Volgens Gert Borg, docent Arabisch en Islam, komen de studenten zo spoedig mogelijk naar Nederland. ‘Twee studenten hebben geprobeerd om in de nacht van zondag op maandag naar Nederland te vliegen, maar dat is niet gelukt, het vliegtuig zat vol. Deze twee studenten zijn inmiddels weer teruggekeerd naar het Nederlands Instituut waar ze – samen met studenten van andere universiteiten – verblijven. Dinsdag ondernemen ze opnieuw een poging om naar Nederland te vliegen. Drie andere studenten proberen maandagmiddag met een vlucht via Athene naar Nederland te komen. Zoals het er nu uitziet zal een student pas vrijdag terug kunnen keren. Daarbij moeten ze voortdurend rekening houden met de avondklok en met de grote drukte op het vliegveld. De logistiek is in handen van het Nederlands Instituut en dat is wel vertrouwd.’

Protest in CairoTimide
Borg heeft inmiddels met drie studenten gesproken. ‘Ze klinken nog wat timide. Na hun terugkeer wil ik uitgebreid met ze praten over wat ze hebben gezien en meegemaakt.’ Telefonisch contact loopt wat moeizaam: ‘Ze kunnen zelf niet bellen want het mobiele telefoonverkeer en het internet in Egypte zijn uitgeschakeld, maar de landlijnen werken nog wel. Inmiddels heb ik ook contact gehad met alle ouders. Van grote ongerustheid is geen sprake.’
Over een andere invulling voor de rest van het semester – in Nederland of in een ander Arabisch land – wordt nog nagedacht. Borg: ‘We zijn alternatieven aan het bekijken, maar we willen natuurlijk eerst aan de studenten zelf vragen wat zij willen.’ /Anja van Kessel

Hoogleraar Meerts (63) tweede op lijst 50PLUS

Leo MeertsLeo Meerts (63), hoogleraar Molecular and Biophysics bij FNWI, staat tweede op de Gelderse kandidatenlijst van de nieuwe politieke partij 50PLUS. Hij staat daarmee op een verkiesbare plaats tijdens de provinciale statenverkiezingen op 2 maart. ‘Wij komen op voor de belangen van ouderen, de gepensioneerden zijn monddood gemaakt door de politiek.’

Meerts vindt het ongelofelijk dat de PVV haar standpunt tegen het verhogen van de AOW-leeftijd heeft laten varen voor het gedoogakkoord. ‘Het hoeft van mij niet per se 65 te blijven, als er maar discussie over mogelijk is. De stem van gepensioneerden moet worden gehoord.’ 50PLUS heeft het imago van een partij ‘babyboomers die niet zo moeten zeuren met hun riante pensioenen’. Meerts: ‘Daar hebben ze toch jarenlang premie voor betaald? In feite is het niets anders dan uitgesteld inkomen, waarvoor ze hebben gespaard.’

Tweede baan

In de peilingen komt de partij nu uit op vijf procent van de stemmen, dat betekent drie zetels. En dus een tweede baan voor Meerts, die verwacht dat goed te kunnen combineren met zijn hoogleraarschap. ‘Veel vergaderingen zijn in de avonduren. En ik heb er nu ook al flink wat werk aan.’ Politieke ervaring heeft hij nog niet. ‘Ik ben wel voorzitter geweest van de wijkraad in Brakkenstein en heb daarbij wel veel te maken gehad met de lokale politiek.’

50PLUS komt volgens Meerts vooral voort uit onvrede. ‘De pensioenen zijn de afgelopen jaren tien procent achtergebleven op de lonen en we hebben totaal geen zeggenschap in de pensioenfondsen. We mogen adviseren, maar niet meebeslissen.’ De partij heeft tien speerpunten geformuleerd om ‘ervoor te zorgen dat de toekomst van de oude dag beter wordt geregeld’. Naar eigen zeggen kijkt de partij wel verder dan alleen 50plussers. ‘We maken ons ook hard voor volgende generaties. Daarnaast gaat ons programma ook over milieu en verkeer.’ En hoe zit het met onderwijs? ‘Daar heb ik persoonlijk een mening over. Ik ben ook meegegaan naar Den Haag. Met de huidige kabinetsplannen kun je Nederland Kennisland wel vergeten.’

Gevraagd

Meerts is gevraagd voor het kandidaatschap door partijvoorzitter Jan Nagel en VU-hoogleraar Kees de Lange, lijsttrekker van 50PLUS in Noord-Holland. Vanuit zijn functie bij FNWI heeft Meerts geregeld contact met De Lange. ‘De partij sprak mij wel aan’, zegt Meerts. ‘Meer dan D66 bijvoorbeeld, die vooral onderwijs op het programma heeft staan. Maar ik weet niet of ik zelf het initiatief had genomen om naar de partij te stappen.’

In totaal staan er vier inwoners van Nijmegen op de kandidatenlijst. De andere drie Nijmegenaren zijn Gustaaf Piepers(64), Jan van den Berg (70) en Mayke Paes (51).

/Tefke van Dijk

Studenten voor goede doel naar Afrika

SCHOOL MALIZeven Nijmeegse studenten reizen komende zomer in drie opgeknapte terreinwagens naar Mali met geld en middelen waarmee leeftijdsgenoten daar een beter bestaan op kunnen bouwen. De reis van 7500 kilometer is onderdeel van het Students for Students project.

De komende maanden hebben de studenten al hun tijd nodig om geld en goederen in te zamelen. ‘Naaimachines, hamers, schrijfmaterialen: we kunnen alles gebruiken’, vertelt Laura van der Vet, student Internationaal en Europees recht en een van de deelnemers. ‘Onze belangrijkste taak is het inzamelen van spullen en die naar Mali brengen, zodat studenten ze daar kunnen gebruiken in het beroepsonderwijs. Jongeren hebben daar bijna niets, maar het is ontzettend duur om al die dingen op te sturen. Daarom brengen wij ze per auto, op eigen kosten.’
Voor ze aan hun reis naar de stad Kambila beginnen, willen de studenten proberen 20.000 euro bij elkaar te krijgen, via sponsoring en giften. Dat geld is nodig om een school te bouwen die verschillende beroepsopleidingen aanbiedt voor jongeren in de regio. Van groot belang voor de dorpen, want jongeren zonder opleiding trekken massaal naar de hoofdstad om werk te zoeken, waardoor de regio zich niet ontwikkelt. ‘We zijn nu actief bezig met het werven van sponsors en ik denk dat we goed op weg zijn’, zegt Van der Vet. ‘Maar mochten we de 20.000 euro onverhoopt niet halen, dan probeert Stichting Mali, onze partner in dit project, het benodigde bedrag aan te vullen.’

Wie wil helpen maar dat niet op het financiële vlak kan doen, kan op een andere manier een helpende hand bieden. Van der Vet: ‘Als studenten ons kunnen helpen met hand- en spandiensten of interesse hebben in een project voor volgend jaar, is dat ook meer dan welkom. Als we andere studenten bewust kunnen maken van de noodzaak van ons project, zou dat geweldig zijn. Ze kunnen ons mailen als ze iets willen betekenen.’ (info@students-for-students.nl)

Ook familie en vrienden van de studenten helpen het team op weg. ‘Zij sponsoren ons door een jerrycan te betalen, gevuld met diesel’, legt Van der Vet uit. De studenten reizen namelijk met terreinwagens, die ze zelf hebben aangekocht en die worden opgeknapt door leerlingen van ROC de Leijgraaf in Uden. Eenmaal gearriveerd verkopen de studenten hun voertuigen om op die manier vliegtickets terug naar Nederland te kunnen kopen.

Het is niet de eerste keer dat Students for Students een team naar Afrika stuurt: eerder al vertrokken studenten, met 25 duizend euro voor het goede doel op zak, naar Burkina Faso. De vereniging is opgezet om de levensomstandigheden van jongeren in West-Afrika te verbeteren. Meer weten? www.students-for-students.nl

 

 

 

14 miljoen voor magneten

Ultragevoelige NMR-apparaten kunnen minieme hoeveelheden moleculen herkennen in vloeistof. Dat kan helpen om allerlei ziektes op te sporen. Of milieuvervuiling. Maandag 31 januari start UltraSense NMR, een samenwerking tussen Radboud Universiteit, UMC St Radboud, Universiteit Twente en drie Radboud-spin-offs, om deze techniek breed inzetbaar te maken. Investering: 14 miljoen euro.

Nucleaire Magnetische Resonantie of NMR brengt met magneetvelden de structuur van moleculen in beeld. Tot nu toe zijn daar monsters voor nodig, met een hoge concentratie van de te onderzoeken stof. Door vernieuwingen in de NMR-techniek kan het nu met minimale hoeveelheden met een wel honderd keer lagere concentraties meten. De verbeterde techniek is bijvoorbeeld bruikbaar voor bloed- en urinemonsters.

GoudsmitpaviljoenKrachten bundelen
‘Ik heb echt hoge verwachtingen van dit project’, zegt Sybren Wijmenga, hoogleraar Biofysische chemie aan de Radboud Universiteit en een van de zes betrokken hoogleraren. ‘Omdat we met zo’n grote groep zijn, is de kans op een goed resultaat groot.’
Het  UltraSense NMR-project is gericht op het doorontwikkelen van de meettechniek, het gebruiksklaar maken voor analyse en screening in de gezondheidszorg en het genereren van een nieuwe test voor de vroege diagnose van prostaatkanker. Ook kunnen farmaceutische en medische bedrijven uit de regio terecht voor analyse van hun monsters.

14 miljoen
Op basis van het stimuleringsprogramma GO Gebundelde innovatiekracht ontvangt het project een Europese subsidie van € 4.752.891. Het rijk vult dat aan met € 2 miljoen en de provincie Gelderland met € 1,5 miljoen. De projectpartners investeren ongeveer € 5,5 miljoen./Iris Roggema, Anja van Kessel

Lees ook het persbericht van de provincie:
Europa, Rijk, Provincie investeren in hooggevoelige analyseapparatuur in de gezondheidszorg

Bij de foto: het UltraSense NMR-project wordt gevestigd in het Goudsmitpaviljoen van de Radboud Universiteit

Spaans liedprogramma door MuZamiek 31 januari

Kom op maandag 31 januari genieten van een bijzonder lunchconcert in de pauze. Dit concert wordt verzorgd door MuZamiek, een samenwerking tussen Jolique van Ipenburg (harp) en Nanneke Piek (mezzo-sopraan) met medewerking van Wim Klumpers (gitaar). Zij brengen een bijzonder sfeervol Spaans liedprogramma ten gehore.

MuzaMiek
Dit harp-zangduo wordt gevormd door Jolique van Ipenburg (harp) en Nanneke Piek (zang). Zij leerde elkaar kennen tijdens de Bacheloropleiding Solozang.  Zij traden als duo naar voren op elkaars eindexamen en kregen zeer lovende kritieken van de examencommissie. Zij besloten hun samenwerking voort te zetten, daaruit is het ensemble MuZamiek ontstaan.

Jolique van Ipenburg volgt de Masteropleiding aan het conservatorium, hierin richt zij zich op het hedemndaagse harprepertoire en het arrangeren voor de instrumentencombinatie harp en gitaar.

Nanneke Piek is werkzaam als zangdocente aan het Centrum voor de Kunsten in Eindhoven en verleent regelmatig als soliste haar medewerking aan klassieke concerten.

Meer informatie
Plaats: Aula, Comeniuslaan 2. Tijd: 12.45 – 13.15 uur. De toegang is gratis.

Zie ook de website van Personeelvereniging Radboud

Welters’ weemoedige wereld

“Tussen droom en daad staan wetten in de weg  en praktische bezwaren”. Alzo dichtte Willem Elsschot  anno 1910 in Het huwelijk. Neem onze bloedeigen zachte voedstermoeder. Die droomt zich graag af bij Harvard. Die privaat gefinancierde toppertjesfabriek uit Massachusetts heeft recht van spreken als het om wetenschappelijk excelleren gaat. Maar dan wel op de wijze van Real Madrid: Nobelprijswinnaars kun je kopen, net als over het paard getilde voetballers met foute kapsels en dito plakplaatjes. De Radboud Universiteiten van deze overbevolkte aardkloot  leiden de Andy Geims en de Konstantin Novoselovs op. De Harvards strijken met de eer.

Ook wat het opleiden van jongelui  tot wetenschapper, intellectueel of, godbetert,  ‘professional’ betreft slaat de vergelijking met Harvard als originaliteit op The Voice.  De ingangseisen zijn daar zo torenhoog dat de docenten de maalstroom der horden bespaard blijft. Bovendien schaterlacht  men daar om collegegeldbedragen  waar je hier het Malieveld mee vol krijgt.

Het telkens weer met veel bombarie geventileerde idee van het academisch  ideaal van de laat-middeleeuwse universitas magistrorum et scholarium, die naar verluidt perfecte samenzang van sublieme meesters en leergierige gezellen en de schurende wind van de dagelijkse onderwijswerkelijkheid, die wil ik in deze kolom voortaan op de staart trappen. 

Zo’n beetje op het refrein van de hooggeleerde F.J.J Buytendijk, die  wetenschapper die fysioloog van oorsprong die het academisch leven in de breedte uitdacht. Die vrijdenker die hier in Nijmegen in de jaren vijftig furore maakte als bijzonder hoogleraar psychologie. De man die net zo makkelijk debiteerde over voetbal en de wijsheid van mieren als over de incongruentie tussen ‘idee en werkelijkheid’ van de universiteit.

Maar dan noodgedwongen met  bescheidener coupletten, als doctorandusje dat ondanks zijn inmiddels probate leeftijd nog moet promoveren op een Engelstalig sportfilosofisch proefschrift over fietsen en duurzaamheid.  Als nederige docent ook, die vanuit letteren gedetacheerd is bij natuurwetenschappen en van daaruit weer communicatie-achtig onderwijs voor derden, vierden en vijfden verzorgt. Onder meer voor biomedische wetenschappers in wording.  Wat qua kundig kunnen laveren tussen idee en werkelijkheid van academische vorming overigens een oogopener is. Daar blijken  21 nijvere mieren in vier weken tijd niet alleen een pilot bij een gezondheidsorganisatie te kunnen uitvoeren, nagenoeg foutloos wetenschapsjournalistiek daarover te schrijven, een tentamen te absolveren, presentaties te houden en een theoretisch doortimmerd verslag af te scheiden maar soms zelfs een zekere aanleg  tot metareflectie  te bezitten.  En als er dan ook nog een wielrenster tussenzit die op het NK in het kielzog van Marianne Vos kan blijven schiet mijn fietsfilosofisch gemoed helemaal vol.  

Geaarde glossen zetten bij dat vaak bezongen abstracte academisch ideaal, daar is het mij om te doen.  Bij de zoveelste onzinnige onderwijskundige herschikkingsoperatie voel ik vaak dezelfde moorddadige aandrang als de middelbare man uit Het Huwelijk die met nauwelijks verholen weerzin naar zijn afgeleefde vrouw kijkt. Maar die uiteindelijk de trekker toch maar niet overhaalt. En dat niet alleen vanwege de troep en de detentie die dat ongetwijfeld oplevert, ook omwille van een zekere Elsschottiaanse “weemoedigheid, die niemand kan verklaren“.

Duurzaam in de praktijk

Eerder gepubliceerd in de NCR van 22 januari 2011.

Duurzaamheid in de praktijk

Radboud Universiteit krijgt milieucertificaat

De Radboud Universiteit heeft een certificaat voor milieuzorg gekregen. Hiermee is de universiteit de eerste in Nederland. Het ISO-certificaat wordt door een onafhankelijke instantie toegekend. Het Radboud werkt al jaren met een zogenaamd milieuzorgsysteem op haar campus. Ook het nieuwe Huygensgebouw bijvoorbeeld blijkt erg groen te zijn. Er werd afgelopen jaar 40 procent op drinkwater en 60 procent op aardgas bespaard.

RTV1-Nijmegen

Luister naar het tv-fragment op RTV1-Nijmegen van 11 januari 2011; 7 minuten en 40 seconden.

Goede partnerrelaties werken door in volgende generatie

Als je ouders gescheiden zijn, heb je zelf ook een grotere kans op een mislukte relatie. Maar omgekeerd geldt het ook: kom je uit een goed gehecht gezin, met ouders die ook na jaren een goede relatie blijven houden, dan is de kans groot dat jezelf ook een goede en langdurige samenlevingsvorm  kunt opbouwen met je partner. Het aangaan van een romantische relatie is overdraagbaar, generatieslang. Dat illustreert prof. dr. Jan Gerris met nieuwe onderzoeksgegevens bij zijn afscheid als hoogleraar Gezinspedagogiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen op 28 januari. Hij onderzocht -  als eerste – de doorwerking partnerrelaties van ouders op hun kinderen bij drie generaties.

Familiebanden: soms warm en weldadig, maar vaak ook knellend
Familiebanden zijn vaak warm en weldadig, maar soms ook knellend en gewelddadig. Negatieve gezins- en opvoedingsrelaties kunnen over generaties heen hun invloed laten gelden. Onderzoekers keken in het verleden vooral naar het doorgeven van negatieve gezinsrelaties. Over overdracht van positief ouderschap is veel minder bekend. We weten dat  echtscheidingskansen overgedragen worden. Maar hoe zit het dan met niet-gescheiden gezinnen? Werken positieve partnerrelaties ook door in volgende generaties? ‘Ja!’, ontdekte prof. Jan Gerris. Hij verzamelde gegevens over de kwaliteit van partnerrelaties over drie generaties en zocht naar de intergenerationele verbanden.


Contact tussen ouder en adolescent beslissend voor later liefdesleven

We denken misschien dat jongeren zelfbewust en autonoom beslissen over hun vriendschappen en romantische ervaringen, maar hun vroege ervaringen in het gezin, en daarna het contact dat zal als adolescent hadden met hun ouders, zijn  bepalend voor de kwaliteit ervan. Dat contact kan weerbarstig zijn, maar allesbepalend is de intensiteit. Gerris: ‘Ouders en kinderen zijn het vaak niet met elkaar eens. Dat hoort bij het opgroeien, maar het gaat om de inzet van beiden. Voor kinderen is het belangrijk te ervaren dat ouders hen serieus nemen, dat ze uitleggen en blijven uitleggen waarom ze een andere opvatting zijn toegedaan. En ook al maken kinderen het nog zo bont, als ouders blijven proberen hun kind te bereiken is dat belangrijk voor de kwaliteit van het contact. Voor kinderen en voor adolescenten is het ook belangrijk dat te weten. Ze leren zo in een veilige omgeving om te gaan met conflicten. Deze ouder-kindcontacten zijn van invloed op de sociaal-emotionele ontwikkeling van jongeren en de rijpheid en kwaliteit van hun latere relaties. Ze vormen een beslissende tussenfase voor het kind op de relatiemarkt. Dat zien we terug bij alle drie de generaties.’

Commitment
Wanneer de communicatie tussen ouders goed is, dan werkt dat door in de volgende generatie, zo vond Gerris. Sterker: wanneer de communicatie in het ouderlijk gezin goed is, dan is dat in de volgende generatie vaak nog iets beter. Die samenhang is niet toevallig, vindt Gerris: ‘Het gaat om de mate van toewijding, van het commitment.  Als ouders een warme relatie hebben, zich voor elkaar en voor het gezin inzetten, verantwoordelijkheid nemen, dan nemen kinderen iets van die attitude mee in hun  liefdesleven. Kinderen van gescheiden ouders hebben door het voorbeeld van hun ouders een andere attitude ontwikkeld tegenover echtscheiding.  Ze zijn ermee vertrouwd geraakt en dat maakt dat ze dat in een eigen relatie misschien ook sneller die stap zetten.’

Echtscheiding
Gerris ‘ onderzoek gaat over stabiele relaties, over partners die bij elkaar zijn gebleven. De meeste van die relaties bleven ook tijdens de duur van het huwelijk vrij stabiel. Gerris heeft geen medicijn om echtscheiding te voorkomen. Wel ziet hij een verband tussen het commitment en vaardigheden om een relatie boeiend te houden,  zoals positief communiceren, interesse blijven tonen, je verplaatsen in de ander. Dergelijke relatiehandelingsvaardigheden zijn te trainen met hulp van een therapeut.

Het onderzoek
De onderzoeksgroep bestond uit eerste huwelijken van mannen en vrouwen en hun kinderen tussen de 9 en 16 jaar bij de eerste meting (project Opvoeding en Gezin in Nederland). In 1990 (788 gezinnen), 1995 (484 gezinnen) en 2000 (93 echtparen en 138 jongvolwassenen) werden gegevens verzameld over de kwaliteit van de partnerrelatie. De groep die in 1990 werd ondervraagd, gaf ook informatie over de huwelijksrelatie van hun ouders. In de derde meting rapporteerden de inmiddels jongvolwassen kinderen over hun relatie met hun partner. Op het eerste meetmoment waren de moeders gemiddeld 40 jaar, de vaders 42,5 jaar.

Jan Gerris
Prof. dr. J.R.M.  Gerris (1946)  is sinds 1983 hoogleraar Gezinspedagogiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij bestudeert gezinsprocessen, gaat na wat voor effect deze hebben op (de persoonlijkheid van) kinderen en ouders en waardoor gezinsrelaties en ouder-kindrelaties disfunctioneren. Het Nijmeegse gezinsonderzoek kent diverse toepassingen in de praktijk, zoals het jaarlijkse symposium gezinsonderzoek, de plek bij uitstek waar wetenschappers en praktijkmensen kennis en ervaringen uitwisselden.

 

Dr. Jan Jonker benoemd tot hoogleraar Duurzaam Ondernemen

Dr .  J. (Jan) Jonker (Amsterdam, 1954) is per 1 januari 2011 benoemd tot hoogleraar Bedrijfskunde, in het bijzonder Duurzaam Ondernemen aan de Faculteit der Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit.

Prof. Jonker zal onderwijs geven en onderzoek doen op het gebied van Duurzaam Ondernemen, in het bijzonder op het snijvlak van innovatie, organisatie en strategie om zo bij te dragen aan de stelselmatige verduurzaming van bedrijven.

Jan Jonker studeerde Andragologie, met als afstudeervariant arbeids- en organisatieagologie aan de Rijksuniversiteit Leiden en promoveerde in 1993 aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een exploratief onderzoek naar het ontstaan van adviesrelaties: In Termen van Beelden.
Voor en tijdens zijn studie deed Jan Jonker al de nodige werkervaring op, waaronder als freelance correspondent van dagblad Trouw in Hongkong, docent visuele communicatie in Vayrac, Frankrijk, als plaatsvervangend directeur Rencontres Internationales de la Photographie in Arles, Frankrijk) en als docent fotografie Volkshogeschool K&O (Leiden)

Prof. Jonker hoogleraar Duurzaam OndernemenSinds 1988 is dr. Jonker verbonden aan de Radboud Universiteit, aanvankelijk als universitair docent bestuurs- en beleidswetenschappen, sinds 2002 als universitair hoofddocent. Daarnaast was hij van 1989 tot 1999 als docent verbonden aan de avondopleiding bedrijfskunde.
Jan Jonker vervulde tal van gasthoogleraarschappen in diverse landen, waaronder aan de University of Nottingham (sinds 2002), ESEC Business School – Barcelona (sinds 2007) en de  ESC Business School – Toulouse (ook sinds 2007).Hij is betrokken bij uiteenlopende projecten op het gebied van duurzaamheid voor studenten en Midden- en kleinbedrijf.

Jan Jonker is initiatiefnemer van Our Common Future 2.0, dat tot doel heeft het Brundtlandrapport, rapport uit 1987 over duurzame ontwikkeling, te actualiseren. Hij staat in op nummer 45 van de duurzame top 100, een initiatief van dagblad Trouw.