Opening Graduate School for the Humanities

Friday December 2nd, at 14:45, the opening of the Graduate School for the Humanities will take place.

Programme:

Paul Sars, Dean of the faculty of Arts – Welcoming speech

Hans Thijssen, Dean of the faculty of Philosophy, Theology & Religious Studies – De visie van de Strategiecommissie Geesteswetenschappen

Ans van Kemenade
, Director of the Graduate School for the Humanities – Opening speech

Martine Zwets, PhD candidate CLS – “Getting to the point: the complexity of the interpretation of pointing gestures”
Chris Dols, PhD candidate HLCS – “Het verleden dichtbij: Hoe het ‘vroege Christendom’ sociologen in Nederland inspireerde tot hun strijd voor meer participatie in de katholieke kerk, 1962-1970″
Sanne Stuur, PhD candidate PhThR – “Philosophers and physicists debating time and academic territories: the case of Bergson and Einstein”
Ineke Sluiter, guest speaker, Leiden University – “Sophocles, Shakespeare en de AH-superdieren”

Paul Sars, Dean of the faculty of Arts – Closing speech

Place: Gymnasion, room GN3
Time: 14:45 – 17:00

Drinks afterwards in Foyer Gymnasion, next to GN3.

 

Slechter functioneren hersenen ouderen ontrafeld

Onderzoekers van de Radboud Universiteit hebben aangetoond waarom de hersenen van bijna alle 50-plussers met de jaren slechter gaan functioneren. Dat is een gevolg van doorbloedingstoornissen, blijkt uit promotieonderzoeken door Karlijn de Laat en Anouk van Norden. Rond de promoties werd een symposium georganiseerd.

 

De beide dames hebben onderzoek gedaan naar de oorzaken van Small Vessel Disease, een aandoening waarbij kleine vaten in de hersenen beschadigd raken. Als gevolg van die beschadigingen gaat vooral bij ouderen het geheugen achteruit. Ook wordt hun motoriek negatief beïnvloed. De Laat en Van Norden hebben vastgesteld dat de beschadiging van de bloedvaten komt door stoornissen in de doorbloeding van de hersenen. De aanpak van het onderzoek is uniek.

 

Een brede benadering

‘Mensen met Small Vessel Disease kunnen problemen krijgen met lopen, en dan vooral met het zetten van korte passen’, aldus Karlijn de Laat. ‘Er is en wordt veel onderzoek gedaan naar deze aandoening, maar veel onderzoekers kijken bijvoorbeeld niet naar de loopproblemen. Zij focussen zich op cognitie; de geheugenklachten en dergelijke. Wij hebben ons juist gericht op geheugenklachten én looppropblemen, en het probleem op die manier zo breed mogelijk benaderd.’ De studies van De Laat en Van Norden onderscheiden zich ook op een andere manier. ‘We hebben een grote groep mensen bekeken en hen allemaal in één centrum ondergebracht’, vertelt De Laat trots. ‘Ze hebben allemaal onder dezelfde scanner gelegen, om zo nauwkeurig mogelijke resultaten te krijgen. We zijn er ruim vijf jaar mee bezig geweest.’

 

Diffusion Tense Imaging

Tijdens de onderzoeken is gebruik gemaakt van een nieuwe MRI-techniek, Diffusion Tense Imaging. Bij een normale MRI zie je witte vlekjes op de plaats van een afwijking in het hersenweefsel. Bij de meeste 50-plussers vormen de vlekjes een klein percentage van het totale hersenweefsel, maar twee tot vijf procent. Dit percentage is echter niet helemaal juist, door de beperkte nauwkeurigheid van de ‘ouderwetse’ MRI-scans. Dankzij Diffusion Tense Imaging werd het mogelijk een vollediger, gedetailleerder beeld van de hersenen te krijgen, als een foto met een hogere resolutie. Dit betekende de doorbraak in het hersenonderzoek van De Laat en Van Norden. Dankzij het onderzoek wordt het in de toekomst hopelijk mogelijk om beschadigingen in de hersenen eerder vast te stellen dan nu het geval is, zodat er sneller behandeld kan worden. / Joep Sistermanns

Karlijn de Laat promoveerde dinsdag op het proefschrift ‘Motor performance in individuals with cerebral small vessel disease: an MRI study’. Het proefschrift van Anouk van Norden is getiteld ‘Cognitive function in elderly individuals with cerebral small vessel disease. An MRI study’. Zij promoveerde woensdagmiddag.

‘College van Bestuur mag niet publiceren’

‘Al zouden we willen, het college van bestuur mág het rapport over Roos Vonk niet publiceren.’ Dit zegt rector-magnificus Bas Kortmann als reactie op de stroom aan berichten die oproepen tot openbaarheid. ‘De regeling staat dat niet toe. Ook wij moeten ons aan de regeling houden.

Rector Magnificus Bas KortmannGisterochtend hekelde de Nijmeegse studentenfractie asap in de Volkskrant de houding van het College van Bestuur om het rapport van de commissie Vonk niet te publiceren. Asap prijst de openhartige opstelling van de Tilburgse universiteit, waar het rapport over Diederik Stapel wél openbaar is gemaakt. Stapel werd vorige maand door een onafhankelijke commissie als fraudeur bestempeld. Vlak voordat deze hoogleraar sociale psychologie door de mand viel, maakte zijn Nijmeegse collega Roos Vonk de resultaten bekend van een gezamenlijk onderzoek, dat bij nader inzien ook op valse data beruste.

Handelswijze
De handelswijze van Vonk was voor het Nijmeegse college van bestuur aanleiding de commissie wetenschappelijke integriteit van de universiteit om een oordeel te vragen. Vonk zocht de media op met het vleesonderzoek, zonder dat er een deugdelijk wetenschappelijk artikel aan ten grondslag heeft gelegen. Het college wilde van de commissie weten of Vonk al dan niet overhaast heeft gehandeld.

Berisping
Op basis van het onderzoeksrapport, dat twee weken terug werd aangeboden, deelde het college aan Vonk een berisping uit. De commissie stelde weliswaar vast dat Vonk niet zelf heeft gefraudeerd, maar vindt wel dat er sprake is van‘onzorgvuldig professioneel handelen’. Immers, zij trad naar buiten met resultaten van data ‘die ze niet zelf had verzameld en gecontroleerd’. En: ‘De opzet van het vleesonderzoek voldeed onvoldoende aan de wetenschappelijke normen.’ Bovendien heeft Vonk haar eigen positie in de discussie over de ‘vleesindustrie’ onvoldoende verdisconteerd.

Niet openbaar
In de in 2006 vastgestelde Regeling Wetenschappelijke Integriteit Radboud Universiteit Nijmegen staat klip en klaar dat het advies van de commissie niet openbaar is (artikel 24 lid 1). ‘Het college houdt zich daaraan. Het college is niet eens bij machte het rapport vrij te geven, zegt Kortmann. ‘Al zouden we willen, we mogen het niet.’ Betrokkenen waaronder Roos Vonk kunnen een beroep doen op deze bepaling van niet-openbaarheid.

Onrust
Het college van bestuur had gehoopt dat met de persverklaring van 22 november de kous af was, maar in de media bleef het onrustig. Volgens de studentenfractie draagt openheid bij aan het ‘zelfreinigend vermogen van de wetenschap’, en is het een goede manier voor de wetenschap om het vertrouwen bij het publiek te herstellen. Neem een voorbeeld aan Tilburg, aldus asap.

Andere aard
Rector magnificus Kortmann neemt aan dat Asap de regeling wetenschappelijke integriteit niet heeft gelezen en ergert zich aan berichten waarin de Nijmeegse hoogleraar Roos Vonk in een adem wordt genoemd met de Tilburgse fraudeur Diederik Stapel. Volgens hem is de kwestie Vonk van ‘een geheel andere aard’ dan de Tilburgse zaak-Stapel. Immers: Stapel heeft gefraudeerd ‘op een manier die zijn weerga niet kent’, terwijl Vonk slechts valt te verwijten dat ze te snel en op onzorgvuldige wijze met onderzoeksresultatennaar buiten is gekomen. Dat is ook ernstig maar van een andere orde’ aldus Kortmann.

Niet speculeren
Kortmann wil niet speculeren over de vraag of in de toekomst de Regeling Wetenschappelijke Integriteit moet worden gewijzigd. Hij sluit dit niet uit, maar wil de discussie over de voor- en nadelen van openbaarheid van dergelijke rapporten niet op dit moment voeren. Het argument dat een ethische wetenschappelijke beschouwing pas volledig tot haar recht komt in een openbaar debat, wil hij parkeren naar een later moment. ‘Eerst moet het stof over deze kwestie zijn neergedaald, pas dan wil ik me buigen over de vraag of het college bijvoorbeeld per geval kan bekijken of openbaarheid gewenst is. ‘Openbaarheid is niet per se beter’, aldus de rector. ‘De commissie moet dan meewegen dat iedere zin die ze schrijft in de openbaarheid kan komen, dat kan het werk ook belemmeren.’/ Paul van den Broek

Nijmeegs life sciences-bedrijf Modiquest winnaar Mercator Award 2011

Maandag 28 november is de Mercator Award uitgereikt aan het Nijmeegse life sciences-bedrijf Modiquest. Het bedrijf werd, in 2004, vanuit het universitair onderzoek naar ziekten als reuma opgericht door Nijmeegse onderzoekers. Een van hen, dr. Jos Raats, is nu Modiquest-directeur. Hij werkt nu met 14 medewerkers met een universitaire/hbo-opleiding aan de ontwikkeling van diagnostica en andere medische producten/diensten, vooral gericht op auto-immuun-ziekten.

Mercator Award 2012De Mercator Award for Knowledge-based Entrepreneurship wordt om de twee jaar uitgereikt aan het sterkste jonge spin off-bedrijf van de Radboud Universiteit Nijmegen, het UMC St Radboud en de Hogeschool Arnhem-Nijmegen. Eerdere winnaars waren Mercachem en NovioGendix.
Dit jaar werden door een onafhankelijke jury vier succesvolle kennisbedrijven genomineerd, die zich op  28 november 2011 presenteerden in het Science-to-Business-café van de Radboud Universiteit. Na een kort juryberaad werd de winnaar bekend gemaakt door jury-voorzitter dr. Anton Franken, vice-voorzitter van het CvB van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij reikte maandagavond samen met Bert Jeene, wethouder EZ van de gemeente Nijmegen, aan Modiquest-directeur Jos Raats de Mercator Award 2011 uit: een bedrag van € 5.000,- en een bijzonder kunstwerk
(foto Paul van de Looi).

Kennisbasis

Alle kandidaten voor de Mercator Award 2011 voldeden aan de eis van een sterke kennisbasis gericht op nieuwe producten en diensten. Die vormen ook de basis voor nieuwe werkgelegenheid, meer innovaties en het ontstaan van nieuwe bedrijven die de regionale economie versterken. De vier genomineerde bedrijven hebben inmiddels een sterke positie in de markt bereikt, onder andere in life sciences, medische technologie en maatschappelijk onderzoek. Het gaat om de volgende genomineerde bedrijven:

 

  • Artinis Medical Systems, gevestigd in Zetten, heeft zijn oorsprong in het UMC St Radboud en is opgericht door twee vroegere UMC-medewerkers, nu directeuren van Artinis: dr. Willy Colier en ir. Roeland van der Burght.
  • Modiquest, gevestigd in Nijmegen op de campus, is ontstaan uit en werkt onder meer samen met het biochemisch en medisch onderzoek van de Radboud Universiteit en het UMC St Radboud; directeur: oud RU-student/UMC-medewerker dr. Jos Raats.     
  • ResearchNed, gevestigd in Nijmegen, opgericht door mevr. dr. Anja van den Broek, voorheen als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen; mede-directeur is Radboudalumnus drs. Wouter van Casteren.
  • Spierings Medische Techniek, gevestigd in Nijmegen en opgericht door drs. ir. Pieter Spierings, die eerder werkte bij de afdeling orthopedie van het UMC St Radboud. Spierings Medische Techniek:

Voor meer informatie:
Over Modiquest, http://www.modiquest.com/ , directeur Jos Raats, e-mail: jraats@modiquest.com 
Over de Mercator Award: Hein van der Pasch, directeur Mercator Incubator Nijmegen, e-mail: h.vanderpasch@ubcnijmegen.nl  

Vertaalprijs voor Vincent Hunink

Vincent Hunink, docent Grieks en Latijn aan de Radboud Universiteit en vertaler, ontvangt op 9 december een van de drie vertaalprijzen van het Nederlands Letterenfonds. Hunink krijgt de prijs, een bedrag van 10.000 euro, voor zijn ‘literaire non-fictie’ vertalingen uit het Latijn.

Vincent HuninkHunink is sinds 1990 actief als vertaler. Zeer actief: dit jaar verschenen al zes nieuwe vertalingen. In totaal heeft hij  zo’n 55 boeken vertaald van auteurs als Cicero, Tacitus, Caesar, Seneca en Augustinus. Ook minder bekende auteurs, zoals Velleius Paterculus, schrijver van Van Troje tot Tiberius. De geschiedenis van Rome, bracht Hunink onder de aandacht van een groter publiek.
Allemaal ‘literaire non-fictie’, hoewel dat volgens de vertaler zelf geen bruikbare aanduiding is voor teksten uit de oudheid. ‘Literatuur uit die tijd was goed als ze mooi geschreven was en als je er wat van kon leren. Fictie of non-fictie, daar draaide het niet om. Tacitus noemen we nu non-fictie, maar in de Historiën staat echt wel een en ander wat verzonnen is.’

Cultureel bemiddelaar
De prijs die Hunink krijgt, is er een ‘voor de vertaler als cultureel bemiddelaar’. Hunink moet nog even wennen aan die omschrijving: ’Ik ben me er niet dagelijks van bewust dat ik cultuur aan het bemiddelen ben’. Hij kan zich er wel in vinden:  ‘Het betekent dat deze prijs niet alleen gaat over correct vertalen, maar ook over teksten ontsluiten voor een breed publiek. Dat is zeker iets waar ik me op toeleg.’

Oud maar nieuw
Bijvoorbeeld in zijn, zoals het persbericht schrijft, ‘voortreffelijke annotaties en inleidingen’. Maar ook in zijn vertalingen zelf: ‘Als vertaler, maar ook als docent en onderzoeker, ben ik bezig om teksten uit de oudheid over te brengen naar een hedendaags publiek. Dan moeten die teksten de hedendaagse lezer of luisteraar ook wat te zeggen hebben. Daarom is mijn woordkeus zo modern mogelijk, zonder afbreuk te doen aan de geest en de vorm van het origineel.’
‘Oud maar nieuw’, luidt het motto voor Huninks vertaalwerk. De jury was onder de indruk, aldus het persbericht, van de wijze waarop hij daaraan vasthoudt. ‘Hunink durft bijvoorbeeld als vertaler van Tacitus’ Historiën radicaal te kiezen voor een beknoptheid die dicht bij Tacitus’ Latijn blijft, terwijl zijn woordkeuze verfrissend hedendaags is.’

Uitreiking
De Nederlands Letterenfonds Prijzen voor de vertaler als cultureel bemiddelaar 2011, worden uitgereikt tijdens de Literaire Vertaaldagen op vrijdag 9 december in Amsterdam. Van het prijzengeld wil Hunink een commercieel niet-rendabele vertaling bekostigen of een publiekseditie van een van zijn vertalingen. / Anja van Kessel / Foto Rianne Randeraad

Inventarisatie Nederlands-Chinese wetenschappelijke samenwerking

In de afgelopen jaren is de wetenschappelijke samenwerking tussen Nederlandse en Chinese universiteiten en kennisinstituten sterk toegenomen. Naast samenwerkingsprogramma’s die vanuit Chinese en Nederlandse overheidsinstanties beheerd worden, werken ook veel universiteiten samen in het kader van gezamenlijke onderzoeksprojecten of uitwisseling van promovendi en senior onderzoekers. Om de bestaande samenwerking te ondersteunen en de groei ervan te bevorderen heeft de NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) op verzoek van het Nederlands Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een inventarisatie gemaakt van de huidige Nederlands-Chinese wetenschappelijke samenwerking. De inventarisatie is in te zien op www.nwo.nl/dcc.

René ten Bos bij Radio 1 over Slavoj Zizek

Filosoof René ten Bos ontving zondag de beroemde hedendaagse filosoof Slavoj Žižek – ‘het denkbeest uit Ljubljana’- tijdens diens bliksembezoek aan Nederland. Žižek wordt door sommigen binnen de Occpy-beweging als held gezien, o.a. door zijn stelling dat de neoliberale samenleving is gebaseerd op illusies. Zizek’s laatste boek is onlangs vertaald: Eerst als tragedie, dan als klucht.

Uitzending Casa Luna, Radio 1, 28 november 2011

Slavoj Zizek en René ten Bos

 

Slavoj Zizek

 

Signeersessie Slavoj Zizek 

Nieuw magnetisme helpt energie besparen

Vijftien procent van het elektriciteitgebruik wereldwijd gaat op aan koeling, hoofdzakelijk air conditioning. Vandaar de zoektocht naar koelinnovaties die energie sparen. In Delft werd hiervoor een materiaal gevonden dat veel warmte opneemt. Rob de Groot, FOM-hoogleraar in Nijmegen ontdekte dat een bijzondere, nieuwe vorm van magnetisme aan dit effect ten grondslag ligt.

Airco's gebruiken zeer veel energieEr zijn twee soorten magnetische materialen – zwak magnetische en sterk magnetische. Beide nemen warmte op bij verlies aan magnetisatie. Normaliter is dat óf een heel klein effect, óf het vindt plaats bij extreem lage temperatuur (om en nabij de -250º C). Maar nu is er dit dekselse Delftse materiaal, zoals prof. Rob de Groot  het aan de telefoon noemt – een hexagonaal kristal van mangaan, ijzer, fosfor en silicium. Bij kamertemperatuur neemt het enorm veel warmte op bij verlies aan magnetisatie. Hoe kan dat? De Groot is theoretisch natuurkundige en werkt voor de FOM bij het Institute for Molecules and Materials (IMM)  van de Radboud Universiteit.
Met behulp van de kwantummechanica berekende hij dat het Delftse materiaal beide vormen van magnetisme in één materiaal combineren. Atomaire lagen gedragen zich afwisselend als sterk en zwak magnetisch.

Sandwich
De Groot legt uit: ‘De sterk-magnetische lagen zorgen ervoor dat de temperatuur waarbij het materiaal zijn magnetisatie verliest niet min 250 graden is, maar kamertemperatuur, of zelfs hoger. Als de zwak-magnetische lagen het magnetische moment verliezen, komen hun atomen vrij voor chemische binding. Die vrijheid gebruiken ze om in een andere – maar wel gerelateerde kristalstructuur te gaan zitten. Deze overgang kost veel warmte. Vandaar de grootte van het effect.’ De Groot schat dat koelen met behulp van dit effect wel tot 50 procent zuiniger kan zijn dan koelen met traditionele koelkasten en airco’s.

Omkeerbaar
Een nieuw gemeenschappelijk FOM-programma van Delft en Nijmegen onderzoekt de fundamentele achtergronden van deze nieuwe vorm van magnetisme en zoekt naar nog betere materialen. Aangezien de processen omkeerbaar zijn – ze worden weer magnetisch en geven dan energie vrij – wordt ook onderzocht of het materiaal geschikt is voor het opwekken van elektriciteit uit afval-warmte.
De Delfts-Nijmeegse resultaten werden vorige week in het tijdschrift Advanced Energy Materials gepubliceerd. / Iris Roggema

Vertalersprijs Vincent Hunink

Letterenfonds vertalersprijs voor Vincent Hunink

Vincent Hunink, universitair docent Latijn aan onze afdeling, is één van de drie winnaars van de Nederlands Letterenfonds Prijzen voor de vertaler als cultureel bemiddelaar 2011.

Uit het persbericht:

“Vincent Hunink (1962) ontvangt de Letterenfonds Prijs voor literaire non-fictie. Naast een academische carrière, aan de Radboud Universiteit Nijmegen, weet hij een grote verscheidenheid aan klassieke werken binnen het bereik van een breed lezerspubliek te brengen. Hij vertaalde uit het Latijn en Neo-Latijn geschiedenis, filosofie, retorica, reisverslagen en didactisch proza van bekende (Cicero, Tacitus, Caesar, Seneca en Augustinus) en minder bekende auteurs (zoals recent Velleius Paterculus Van Troje tot Tiberius. De geschiedenis van Rome). De jury was onder de indruk van de wijze waarop hij daarbij vasthoudt aan zijn motto oud maar nieuw. Hunink durft bijvoorbeeld als vertaler van Tacitus’ Historiën radicaal te kiezen voor een beknoptheid die dicht bij Tacitus’ Latijn blijft, terwijl zijn woordkeuze verfrissend hedendaags is. Bovendien voorziet hij zijn vertalingen van voortreffelijke annotaties en inleidingen.”

 Meer informatie over de prijs is te vinden in het persbericht van het Nederlands Letterenfonds.

Dr. Patrick Vermeulen benoemd tot hoogleraar Business Administration

De heer dr. P.A.M. (Patrick) Vermeulen is per 1 januari 2012 benoemd tot hoogleraar Business Administration, in het bijzonder strategie en international management aan de Radboud Universiteit Nijmegen.  

VermeulenVermeulen doet  onderzoek op het gebied van complexe institutionele verandering en de strategische reacties van organisaties op deze veranderingen. Hij heeft daarnaast een specifieke interesse in bedrijven die zich richten op opkomende economieën en daarbij in aanraking komen met andere normen, waarden en gebruiken. Een derde onderzoekslijn is gericht op strategische besluitvormingsprocessen van ondernemers.
Vermeulen is als universitair hoofddocent verbonden aan de Universiteit van Tilburg. In Nijmegen zal hij  zich onder meer richten op de strategische keuzes die organisaties maken in opkomende economieën. In het bijzonder zal hij onderzoek doen naar zogenaamde niet-markt strategieën van organisaties die actief zijn in landen als India en China.

Patrick Vermeulen (Nijmegen, 1970) studeerde Bedrijfswetenschappen aan de Radboud Universiteit. In 2002 promoveerde hij aan diezelfde universiteit op de dissertatie Organizing product innovation in the Financial services sector.  Van 2002 tot 2004 werkte dr. Vermeulen als docent strategisch management aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2004 is hij verbonden aan de Universiteit van Tilburg, aanvankelijk als onderzoeker en docent Organisatiewetenschappen, sinds 2005 als onderzoekscoördinator en bestuurslid van het departement Organisatiewetenschappen en vanaf 2006 tevens als universitair hoofddocent. In 2010 verbleef hij enkele weken als onderzoeker aan de University of Alberta, Canada. Hij is lid van de editorial board van het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Organization Studies.