Op dit moment kun je als bewoner van cyberspace niet achterhalen hoe de talloze sporen die je achterlaat worden gebruikt. ‘Een risico’, zegt prof. Mireille Hildebrandt. ‘Wie volledig doorrekenbaar is, kan volledig worden gemanipuleerd. De rechtsstaat bestaat om ons daartegen te beschermen. De burger moet greep krijgen op die onzichtbare doorzoekingen’, vindt de nieuwe hoogleraar ICT en Rechtsstaat aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Op 22 december spreekt zij haar oratie uit.
Cyberspace is inmiddels overal. En alles wat iedereen er doet, wordt er permanent opgenomen en opgeslagen. Deze gegevens worden sinds wat de ‘computationele wending’ is gaan heten, doorlopend doorzocht op interessante patronen. Met die patronen kun je inmiddels aardig voorspellen hoe gebruikers zich in de toekomst gaan gedragen. Cyberspace is daarmee de ruimte geworden waarin bekend is wat je deed en voorzien wordt wat je gaat doen.
Heimelijk rekenen bedreigt grondrechten
Hoogleraar ICT en Rechtsstaat Mireille Hildebrandt vindt dat het achter gesloten deuren doorrekenen van onze verzamelde gegevens onze grondrechten aan kan tasten. ‘Bedrijfsgeheim, nationale veiligheid of intellectueel eigendom mag geen argument zijn om de broncodes van cyberspace buiten de democratische orde te houden.’
Zij is aangesteld aan de Radboud Universiteit Nijmegen bij de groep Digital Security van het Institute for Computing and Information Sciences. Een juriste tussen de informatici. Dat past goed bij haar opvatting dat juridische bescherming ingebouwd zal moeten worden in de architectuur van cyberspace. ‘Het realiseren van de rechtsstaat in cyberspace vraagt om heroriëntatie van de manier waarop de rechtsstaat bestaat. Geschreven recht zal niet altijd volstaan.’
Gelijke behandeling? Je weet het niet
Een aantal grondrechten wordt door de computationele wending geraakt in de manier waarop zij bestaan, in het bijzonder privacy, gegevensbescherming, gelijke behandeling en het recht op tegenspraak. Een van de problemen is dat je niet zo veel van al dat gereken merkt, omdat het verborgen wordt gehouden. Niet alleen vanwege het verdienmodel dat erop berust, maar vooral ook om de gebruiker niet met computercode lastig te vallen. En als je er geen vinger achter kunt krijgen waarom je online omgeving jou op een bepaalde manier inschat, heb je daartegen ook geen verweer. Je recht op gelijke behandeling kan bijvoorbeeld worden geschonden als je niet kunt achterhalen waarom je geen hypotheek krijgt, een baan wordt geweigerd of meer premie moet betalen. Hoe weet je of je gegevens goed beschermd worden als zoiets als Facebook een deel van jouw persoonlijke gegevens als hun bedrijfsgeheim beschouwt?
Een nieuw verdienmodel voor Google
Het geheimhouden van de rekenmethoden om profielen uit dataverzamelingen te maken, moet op de schop, stelt Hildebrandt. ‘Misschien moeten de Googles van deze wereld maar een ander verdienmodel bedenken.’
Ze verwijst naar een publicatie uit de studententijd van Google-oprichters Larry Page en Sergey Brin. ‘Ze werkten aan het toen nieuwe idee van page ranking – en schreven daarbij: deze technologie mag nooit in commerciële handen vallen.’
Met het toegankelijk maken van broncodes zijn we er nog niet. Bijna niemand kan wat met een computercode – een lijst enen en nullen. ‘We moeten intuïtieve interfaces ontwerpen waar je kunt onderzoeken hoe cyberspace jou ‘uitleest’. Waardoor je op speelse wijze de gevolgen kunt inschatten van het lekken of verstrekken van gegevens. Of denk aan een App die laat zien welke bronnen op welk moment informatie over je verzamelen en vastleggen.’
Burgers moeten toegang bedingen
Grote vraag hierbij is natuurlijk wie de verantwoordelijkheid moet of gaat nemen om dit te regelen. ‘Wij, burgers, bewoners van cyberspace, moeten die toegang tot de broncodes bedingen om onze persoonlijke vrijheid te behouden. De democratische wetgever zal zich moeten buigen over aanpassingen in het ontwerp van cyberspace, de rechter over de implicaties ervan.’
‘Het geschreven recht zal niet meer voldoende zijn, we moeten de juridische bescherming vertalen in de technologische infrastructuur. Daarmee bedoel ik dat we veel sneller, gemakkelijker en intuïtiever zicht moeten krijgen op wie wanneer waar en hoe met onze gegevens aan het goochelen zijn en vooral waar dat toe kan leiden. Juristen kunnen daarbij voortbouwen op de idee van value sensitive design, een ontwerppraktijk waarbij ethische waarden en normen worden gebruikt bij het ontwerpen van technologie.’
De Nijmeegse studenten informatica worden op deze ontwerppraktijk vast voorbereid met de juridische colleges van Mireille Hildebrandt. Juristen zullen zich op hun beurt moeten verdiepen in de vertaling van juridische normen in technische specificaties. Geen eenvoudige opdracht, maar wel cruciaal als we verder willen met de rechtsstaat.
De rechtsstaat in cyberspace? Oratie mevrouw prof. mr. dr. M. Hildebrandt (Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica). Donderdag 22 december 2011, 15:45 uur, Aula Radboud Universiteit Nijmegen, Comeniuslaan 2
Mireille Hildebrandt (Den Haag, 1958) is sinds 1 januari 2011 hoogleraar Smart environments, data protection and the Rule of Law, oftewel Rechtsstaat en ICT aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is zij werkzaam als universitair hoofddocent Rechtstheorie aan de Erasmus School of Law, Rotterdam en als senior onderzoeker aan de onderzoeksgroep voor Law Science Technology & Society studies (LSTS) aan de Vrije Universiteit Brussel. Zij werkt op de nexus van informatierecht, rechtsfilosofie en techniekfilosofie, waarover zij twee boeken redigeerde: Profiling the European Citizen (Springer 2008) en Law, Human Agency and Autonomic Computing (Routledge 2011) en vele artikelen schreef.
Website: http://works.bepress.com/mireille_hildebrandt

Jongens zijn in de loop der tijd wezenlijk hetzelfde gebleven, concludeert Crott, die opvoedingsboeken over jongens tussen 1882 en 2005 bestudeerde. ‘Ze hebben altijd een drang tot lawaai, actie, exploratie en gelding gehad.’ Wat door de tijd verandert, is de waardering voor deze ‘jongenseigenschappen’.
‘Een HIV-besmetting betekent niet langer dat je niet oud kunt worden’, stelt Burger. ‘Dat is een enorme vooruitgang. Maar in ontwikkelingslanden is nog veel winst te behalen. Daar kunnnen in de toekomst nog veel meer patiënten worden behandeld. Hierdoor zal het aantal HIV-besmettingen nog verder teruglopen.’ Momenteel doet Burger onderzoek naar pre-expositie profylaxe (PrEP), een behandeling waarbij gezonde mensen in een risicogroep medicijnen krijgen, om besmetting met HIV te voorkomen. Die methode klinkt als een oplossing voor de HIV-problematiek, maar niets is minder waar. ‘Mensen zouden hun hele leven medicijnen moeten slikken’, zegt Burger. ‘Dat kost heel veel geld en dat is er niet. En wat te denken van de bijwerkingen? Veertig, vijftig jaar medicijnen slikken, dat is niet goed voor je. De enige échte oplossing is een vaccin.’