De Radboud Universiteit, het UMC St Radboud en het Max Planck Instituut Nijmegen hebben in de afgelopen ronde vijf Vici-subsidies verworven. Vijf onderzoekers, drie mannen en twee vrouwen, krijgen ieder anderhalf miljoen euro om een eigen onderzoeksgroep op te bouwen. Nooit eerder sleepte Radboud universiteit zoveel Vici’s binnen.
In totaal deelde NWO 31 vici-subsidies uit aan onderzoekers van Nederlandse universiteiten. De Radboud Universiteit is met deze score dik tevreden. Gertjan Bögels van de afdeling MSO, die onderzoekers begeleidt bij hun subsidieaanvragen: ‘Heel mooi, we hebben nog nooit zoveel Vici-subsidies toegekend gekregen. We hebben nu twee keer zoveel beurzen dan op grond van de grootte van de universiteit verwacht mag worden.‘ Alleen de Universiteit Utrecht kreeg meer Vici’s in 2011: inclusief het Academisch Ziekenhuis kregen zes Utrechtse wetenschappers de subsidie. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de Utrechtse universiteit de grootste van Nederland is.
Gedeelde eer
De Vici is een van de grootste persoonsgebonden wetenschappelijke premies van Nederland. Het is voor de Radboud Universiteit een gedeelde eer. Vier van de vijf onderzoekers zijn verbonden aan onderzoeksinstituten van universiteit en ziekenhuis. De vijfde, taal- en cognitiewetenschapper Asifa Majid is verbonden aan het Max Planck instituut, waar ze haar onderzoek naar de culturele, biologische en linguïstische factoren van de menselijke reuk zal uitvoeren. Daarnaast is ze research fellow bij het Donders Instituut.
Zij wonnen
De andere vier vici-wetenschappers zijn: taalwetenschapper Mirjam Ernestus van het Centre for Language Studies; hoogleraar Sensomotorische Integratie Pieter Medendorp van het Donders Instituut; klinisch fysicus Chris de Korte van de afdeling Kindergeneeskunde van het UMC St Radboud en moleculair bioloog Frank van Kuppeveld van het Nijmegen Centre for Molecular Life Sciences (NCMLS).
De Vernieuwingsimpuls
Vici is een van de drie financieringsvormen van de Vernieuwingsimpuls, gericht op gevorderde onderzoekers. De andere twee zijn Veni (voor pas gepromoveerden) en Vidi (voor ervaren postdocs). Dit jaar schreven 236 onderzoekers een aanvraag voor een Vici, 188 van hen werden uitgenodigd om hun voorstel verder uit te werken. Dertien procent van de aanvragers krijgt dus een Vici toegekend.
Vorig jaar haalde de Radboud Universiteit drie Vici’s binnen. Toen kregen Peter Friedl van het NCMLS, Jan van Hest van het Institute for Molecules and Materials (IMM) en Wilhelm Huck (eveneens IMM) de subsidie. / Bets Berntsen en Sjoerd Huismans

Michèl Willemsen studeerde van 1986 tot 1990 Geneeskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen; in 1993 deed hij artsexamen aan het UMC St Radboud. Vervolgens werkte hij een jaar als AGNIO kindergeneeskunde en volgde hij van 1994 tot 1999 de opleiding tot kinderarts en kinderneuroloog. Begin 2000 werd Willemsen geregistreerd als kinderarts en als kinderneuroloog. In 2001 promoveerde Willemsen aan de Radboud Universiteit (cum laude) op onderzoek naar het Sjögren-Larsson Syndroom, een erfelijke stofwisselingsziekte waarbij de hersenen, ogen en huid zijn aangedaan. Zijn onderzoeksactiviteiten hebben zich sindsdien altijd geconcentreerd op erfelijke hersenziekten (met name stofwisselingsziekten), en bewegingsstoornissen in dat kader.
Bram van Ginneken behaalde in 1995 cum laude zijn Master natuurkunde aan de Universiteit Utrecht. In 2001 promoveerde hij opnieuw cum laude aan diezelfde universiteit op onderzoek naar computer-ondersteunde diagnose van tuberculose in thoraxfoto’s van de borst.
In de afgelopen vijftig jaar zijn Nederlanders steeds minder kerkelijk geworden en dat laat onder meer zijn sporen na in de rituelen rondom de dood. Tegelijkertijd zijn Nederlanders steeds vaker gaan kiezen voor cremeren in plaats van begraven (in 2010 werd 57 procent van de doden gecremeerd). Bovendien geeft de Wet op de Lijkbezorging nabestaanden tegenwoordig meer ruimte om de as mee naar huis te nemen of op een speciale plek te verstrooien. Bij elkaar opgeteld leiden deze ontwikkelingen ertoe dat er voor nabestaanden weinig houvast is in de manier waarop zij omgaan met de as van een dode, met als gevolg dat mensen rituelen improviseren.