Joep Bos-Coenraad: Laatste

Mijn periode als columnist had ik eigenlijk willen afsluiten met allemaal goede tips voor studenten. Zoals dat gebakken aardappelen het lekkerste smaken met de olijfolie mayonaise van Calvé en met curry van Oliehoorn. Of dat je bij de samenstelling van je vakkenpakket primair moet kijken naar hoe inspirerend de docenten zijn en pas secundair naar de inhoud van de cursus.

Maar afgelopen week is er iets gebeurd waar ik wel over moet schrijven. Het is een melancholisch einde van een verdrietige geschiedenis: Lonesome George is overleden.

Lonesome George was een reuzenschildpad van de Galapagos eilanden. Op de verschillende eilanden leefden verschillende soorten reuzenschildpadden, maar nadat de mens de eilandengroep ontdekte werd het bestaan van de meeste soorten bedreigd. De kracht van de soorten, maanden kunnen overleven zonder eten of drinken, maakte ze geliefd als proviand onder zeelieden. Toen Lonesome George op 1 december 1971 werd gevonden, was men eigenlijk in de veronderstelling dat zijn ondersoort reeds was uitgestorven. Ruim veertig jaar zou George noodgedwongen eenzaam rondzwerven. Als laatste van zijn soort. Een lot dat haast alleen reuzenschildpadden kunnen ondergaan, dieren die niet zelden de honderd levensjaren passeren.

Het droevige verhaal van deze eenzame George spreekt tot de verbeelding. De langzame, gerimpelde schildpad, die zijn pezige nek uitsteekt om over de stenen te kijken of zich werkelijk nergens een soortgenoot heeft verscholen. Daar krijgt ook een stoere man tranen van in zijn ogen – zo heb ik mij laten vertellen. Maar George is niet alleen. Overal ter wereld worden ecologische evenwichten verstoord door mensen. Soms door bevolkingsgroei, maar veelal slechts door exploitatie voor financieel gewin. Maar iedere keer als er een George overlijdt, meestal helaas ongemerkt, sneuvelt er een kunstwerk van de natuur. Een kunstwerk waar de indrukwekkende Nachtwacht van Van Rijn slechts een pennenstreep bij is, of dat De Vier Jaargetijden van Vivaldi reduceert tot het ploppen van een beugelfles. Het product van eeuwenlang aanpassen aan veranderende omstandigheden, tot de spelregels ineens zo snel veranderden dat bijbenen onmogelijk werd.

Ik wil daarom afsluiten met mijn eerbetuiging aan George. Zijn lijdensweg was lang en eenzaam, maar zijn lot des te zichtbaarder. Terwijl het levenloze schild van George, met hangende pootjes en dito kopje, wordt weggetild om het als aandenken te balsemen, zet de homo economicus steeds meer van de wereld naar zijn hand. De onschatbare natuurlijke rijkdom aan biodiversiteit legt het af tegen de menselijke heb- en gemakzucht. Laat George symbool staan voor de vernietigende menselijke invloed op kwetsbare natuurlijke evenwichten, in alle kwetsbare schoonheid. De meeste soorten zullen ongemerkt verdwijnen en het leven van de laatste exotische salamander zal te kort zijn om er evenveel ontroerende documentaires over te maken.

Mijn tijd als columnist voor dit platform zit er tevens op.

Joep Bos-Coenraad: Internet killed the video star

De bulkstudies knallen uit de collegezalen. Iets meer dan een jaar geleden besloot het college van bestuur nog dat de toen nog zogenaamde ‘video-colleges’ op de Radboud Universiteit tot het verleden behoorden. Vanaf dat moment zouden alle Radboudianen recht hebben op een live-verbinding zonder tussenkomst van elektronica. Vanaf volgend jaar mogen de kuddedieren bij Sociale Wetenschappen en Rechtsgeleerdheid weer braaf naar het videoscherm kijken. Video-doorkoppeling noemt men dat tegenwoordig.

Studenten die vanuit Zevenaar naar Nijmegen komen om een college op een scherm te kijken. Als je pech hebt met verplichte aanwezigheid ook, want zo rolt de eigentijdse rendementenfetisjist. Gij zult komen, ook als we niks te bieden hebben.

AARDE AAN RADBOUD UNIVERSITEIT!? Het is 2012! Camera’s laten meedraaien gebeurt al jaren bij diverse colleges aan de bètafaculteit. Niet omdat de zalen vol zitten. Dat zitten ze overigens wel, maar gelukkig niet té. De video-opnamen op de bètafaculteit worden na het college op het intranet geplaatst, zodat studenten complexe materie nog eens rustig kunnen bekijken. In enkele gevallen biedt het een uitkomst voor gemiste colleges. De aanwezigheid is er zonder infantiele maatregelen nog steeds immer tegen de 100 procent, de introductie van videocolleges bracht daar nauwelijks verandering in.

Zal dat elders ook zo verlopen? Ik verwacht het eerlijk gezegd niet. Dat er aan faculteiten op aanwezigheid wordt gecontroleerd is over het algemeen geen indicatie dat docenten alle studenten richting uni weten te motiveren. De mogelijkheid om in je pyjama vanuit je stinkende studentenkamer het college online te volgen zal erg populair zijn. Maar waarom niet, als het alternatief een ‘video-doorkoppeling’ is? Het combineert het comfort en de flexibiliteit van de internetgeneratie met de interactiviteit van een videoverbinding met de zaal ernaast. In de collegezaal zelf zal volop ruimte ontstaan voor de liefhebbers.

Joep Bos-Coenraad: Het EK en de over het paard getilde poes

Het EK voetbal. In alle eerlijkheid hoeft al die topsport van mij niet zo. Ik vind sport kijken in beginsel gewoon te saai. 90 minuten – exclusief schwalbetijd – naar een paar mennekes kijken die achter een bal aan hollen. Ideaal voor de kleine Joep die daardoor twintig jaar geleden langer op mocht blijven, maar anno 2012 heb ik eigenlijk wel wat beters te doen.

In de Toto van onze onderzoeksafdeling overleefde mijn Nederland de groepsfase ook al niet voordat Denemarken succesvoller bleek dan onze over het paard getilde poes in z’n hempie. Dat neemt niet weg dat ik de lol best inzie van de zogenaamde ‘Oranjegekte’. Mensen die hun huizen en straten met de meest lelijke decoraties oranje doen kleuren. Fans die elkaar in de kroeg opzoeken om bedwelmd de zogenaamde voetbalhelden toe te juichen en elkaar bij tegenslag op een schedelbasisfractuur te voorzien. En niet te vergeten natuurlijk de smakeloze grapjes over Duitsers. Daarvan ga ik zelfs bijna overstag.

De gezelligheid, het slappe geouwehoer over dit volkse cultuurevenement door mensen die er “verstand van hebben”, en de saamhorigheid. Allemaal leuk hoor. Een breed gedragen excuus voor een feestje is sowieso zelden mis. Maar de door sommigen bijna veronderstelde nationale rouw als Nederland weer eens uitgeschakeld wordt, daar bedank ik voor. Get over it.

Net als de slechte grapjes over Duitsers vind ik het Oranjegevoel best mooi, maar mensen moeten het niet gaan menen.

Joep Bos-Coenraad: Oplossing voor het bèta-tekort

Vertelde ik u vorige week nog dat er van alles mis is in de hersenpan van de bèta, blijkt er nu een schrijnend tekort aan die knakkers! Het bedrijfsleven smeekt om meer goede bèta’s! Daar komt nog eens bij dat ik persoonlijk in de veronderstelling ben dat bèta’s, naast ongeëvenaarde columnisten, ook nog eens bovengemiddeld goed zijn in het creëren van bedrijvigheid. Bèta’s zijn niet zelden ondernemende duizendpoten. Ondernemers die in staat zijn ‘iets van waarde te maken‘, in plaats van slechts ordinair wat welvaart te herverdelen. Daar kun je er nauwelijks genoeg van hebben in een land waar de economie wel wat groei kan gebruiken.

De PvdA ziet dat gelukkig ook in en wil daarom het aantal scholieren dat kiest voor een bètastudie verhogen. Prima doelstelling. Mag op korte termijn wat kosten, het is niet onwaarschijnlijk dat het op de lange termijn een veelvoud oplevert.

Waar het kabinet dat steunde op VVD/CDA/PVV het volgen van een academische bètaopleiding financieel nog ontmoedigde door de studiefinanciering voor de masters te willen schrappen (bètamasters duren in de regel twee jaar in plaats van één), wil de PvdA de studiekeuze met soortgelijke middelen ‘bevorderen’: bètastudenten zouden geen collegegeld meer hoeven te betalen.

Een sympathiek plan, maar ik betwijfel of het veel zoden aan de dijk zet. Zou iemand zijn studiekeuze, misschien wel de meest belangrijke keuze voor de toekomst, laten bepalen door ‘gratis collegegeld’? Ondanks dat studeren steeds duurder wordt en de hoge kosten een steeds grotere belemmering vormen, heb ik niet het idee dat dit het beste middel is.

Nee, volgens mij moet het imago van de bètastudie worden verbeterd. Ook voor mijn generatie bèta’s overigens, die het soms wel eens moe wordt aan alle alfa’s te moeten vertellen dat je met scheikunde meer kunt dan ‘leraar worden’. Maar in datzelfde onderwijs gaat het wel verkeerd. Met medewerking van deze zelfde PvdA is ooit de Tweede Fase ingevoerd in het middelbaar onderwijs. Contactonderwijs moest wijken voor studiewijzers, terwijl bètaonderwijs bij uitstek floreert bij intensief contactonderwijs. Daarbij maakten enkele degelijke vakken plaats voor van alles niks, waarbij de bètacomponenten binnen de alfaprofielen werden uitgekleed, maar overbodige vreemde talen de bèta’s tot ver in hun programma zouden tergen.

De Tweede Fase bleek niet alleen een goede bezuiniging op de korte termijn, ook op de lange termijn zouden onderwijskosten sterk afnemen: menig mannelijke scholier werd professioneel afgeremd en zou de universiteit niet meer bereiken. Meer vrouwen doen vandaag de dag een bètastudie dan voorheen. Dat vind ik oprecht tof. Maar als blijkt dat het komt omdat er vooral minder mannen zijn die beginnen…

Het zou goed zijn voor de Neerlandsche kenniseconomie als er vaker voor een bètastudie zou worden gekozen, maar er moeten wel scholieren met de juiste capaciteiten zijn die deze ook willen benutten. Met die opdracht kom ik terug bij onze politici: investeer in meer kleinschalig uitdagend bètacontactonderwijs voor scholieren met bètapotentie en overtuig de onwetende Nederlander van de veelzijdigheid van de exacte wetenschappen. Bijvoorbeeld door na 12 september net zo’n kick-ass staatshoofd te installeren als onze oosterburen met hun succesvolle natuurkundige Angela Merkel.

Joep Bos-Coenraad: Marktcultuurslaaf

Wie bij mij op bezoek komt krijgt tot zes uur een bak pleur aangeboden, en daarna een pot bier. Het aanbod beperkt zich daar helemaal niet toe, maar ondergetekende houdt van onomslachtige eenvoud. Wil je iets anders dan moet je dat gewoon even zeggen. Geen probleem, en als ik het teveel werk vind dan zeg ik dat ook eerlijk. No hard feelings. Althans niet bij mij.

“Wij mensen” schijnen overigens veel meer van keuze te houden, zo vertelde iemand mij laatst. Een kop thee zou lekkerder smaken (ja sommige mensen vinden thee echt lekker smaken!) als je ook een kop koffie was aangeboden. Enkel de keuze levert al extragratis lof. Zelf vind ik saaie thee overigens smaken naar heet water uit een mok die slecht is schoongemaakt.

Maar is keuze wel altijd goed? Vorige week was ik in een winkel en daar viel mijn oog op flessen “aloë vera”-drank. Nu is deze cactus veel beter geschikt voor zo’n zoet Aziatisch drankje dan als ingrediënt van een metrosuele shampoo die veel te duur is voor een veel te kleine flacon. Maar ook de frisdrank ermee is aan de prijs. Het aanbod bestond uit halve-literflesjes van 75 cent en anderhalve liter-flesjes van 250 cent. Ik was van plan om een grote fles te kopen, ook voor twee euro vijftig, maar nu blijkt dat ik met de kleine flesjes goedkoper uit zou zijn. Maar als “frisdrank voor thuis” zit ik niet te wachten op flesjes van een halve liter. Crap. Aangeleerd mijzelf niet af te laten zetten keerde ik met lege handen huiswaarts, hoewel ik aanvankelijk best twee-vijftig had willen betalen voor een grote fles.

Markt brengt aanbieders en afnemers bij elkaar, een uitstekend concept voor al onzer secundaire levensbehoeften. Wat de consumenten willen bieden voor een product hangt van veel meer af dan slechts het nut van product zelf. Voor een luxe e-book reader die 3 jaar geleden nog 600 euro kostte betaal je nu minder dan de helft. De gevoelswaarde is echter ook op magische wijze bijna gehalveerd. Was er 3 jaar geleden een aanbieding geweest voor 300 euro had ik vooraan in de rij gestaan, maar momenteel doe ik het nog steeds zonder. Voor wat betreft die e-book reader is dat misschien nog niet zo’n drama, misschien heb ik die wel helemaal niet zo hard nodig. Ik baal er eigenlijk veel meer van dat ik met mijn stomme harses nu zonder die lekkere cactus-frisdrank zit.

Joep Bos-Coenraad: De banen liggen op straat

In Zeeland, Limburg en Maastricht werd afgelopen dinsdag een hele bijzondere ‘Dag van de Arbeid’ gevierd: terwijl ik op deze feestdag hard aan de arbeid was om verdere vertraging van mijn masteronderzoek te voorkomen, toverde Ivo Opstelten er in Zuid-Nederland *floeps* honderden banen bij. Het is alleen een beetje jammer dat drugsdealers op straat geen inkomstenbelasting en ook geen btw betalen – overigens betalen coffeeshops ook geen btw, maar dat terzijde.

De wietpas is natuurlijk een kindje uit de baarmoeder van het CDA, bedoeld om softdruggebruik verder te criminaliseren. ‘Wat de boer niet kent, vreet ‘ie niet’. Niet dat gebruik hierdoor effectief wordt ontmoedigd, dat doet het elders ter wereld ook niet, maar het lijkt een lekker gevoel te geven om te verbieden wat je zelf toch niet gebruikt. Het excuus ttegengaan van drugstoeristent lijkt me onzin, dat kan nu ook met een paspoort.

Ik snap de noodzaak om te discrimineren op nationaliteit sowieso niet. Plemp wat extra shops langs de grens en klaar is kees. Maak er een legale markt van net als met andere geaccepteerde drugs als alcohol, pralines en Oh Oh Cherso en er is in no-time 300 miljoen per jaar te verdienen – aldus het CPB (zie GL_324 Zw24). Mark en Maxime zullen het vast serieus hebben overwogen maar uiteindelijk tot de conclusie zijn gekomen dat de melkkoe ‘langstudeerboete’ prettiger in het gehoor ligt.

Zou u zich met naam en toenaam laten registreren bij uw kroeg als er een zelfde taboe op alcoholgebruik lag als men op softdrugs wenst te heroveren? Alles dat wordt bijgehouden kan op een dag op straat komen te liggen.

Geruime tijd geleden werd mij verzocht mee te werken aan een antecedentenonderzoek van een goede vriendin. Een pientere dame met een brandschone lei. Maar dat we in het verleden sporadisch een lekker jointje rookten bleek iets waar de ondervrager zich niets bij voor kon stellen. ‘Waarom zou iemand dat doen? Dat is toch nergens voor nodig?’ Neuh, het is ook niet nodig om een lekker biertje op het terras te drinken, maar het kan desalniettemin heerlijk sfeerverhogend werken.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen die meer blowen dan een gezond functionerend mens kan hebben, maar dat argument heeft alcohol ook nooit uit de supermarkten kunnen krijgen. Voor de maatschappij onschuldige recreatieve softdruggebruikers zijn, net als alcoholgebruikers, door alle lagen van de bevolking te vinden. Slechts dankzij het taboe van de verwijtende ‘mag-niet’ partijen lopen velen daar niet mee te koop. Dat is jammer, want zo ziet men enkel de probleemgebruikers om 10.00 uur ‘s ochtends met hun ongewassen en dito geschoren stonede porems op het station.

Door veranderde omstandigheden is het er de laatste jaren nauwelijks meer van gekomen, maar op een mooi en rustig moment zal ik graag weer eens tijd maken voor een smakelijk, ontspannend, sfeerverhogend licht jointje. Big Brother gaat dat echter geen moer aan, daarom vrees ik dat coffeeshop De Vliegende Toverlamp mijn onschuldige bestelling zal mislopen aan de junk in de steeg.

Joep Bos-Coenraad: Beschadigde politieke egotrippers

Nadat Maxime Verhagen Nederland in het meest infantiele kabinet ooit had gerommeld was zelfs voor het CDA de maat vol: het CDA heeft een (nieuwe) leider nodig. Exit Verhagen. Een verkiezingsstrijd om het lijsttrekkerschap zal een nieuwe partijleider opleveren, hoewel sommige kandidaten zich liever in de achterkamertjes tot lijsttrekker hadden gelikt. Bij een volwassen democratische partij bepalen de leden wie het nieuwe gezicht wordt. Zo hoort het. Dat Henk Bleker met zijn kandidatuur zijn partij verder openlijk voor aap zet is natuurlijk een vermakelijke bijkomstigheid, dat kan er na 1,5 jaar PVV-rancune uit CDA-monden nog wel bij. De commissie die de Nijmeegse Harry Wesselink afkeurde (ze hadden zijn bijbeldikke archief vast niet goed gelezen) zag blijkbaar geen bezwaar.

Verhagen gooit naar eigen zeggen de handdoek in de ring omdat hij onvoldoende gemotiveerd zou zijn om nog de volle vier jaar vol te maken. Dat vind ik een goed argument. Ik vond het erg jammer dat Femke Halsema kort na naar herverkiezing in 2010 besloot haar Kamerlidmaatschap te beëindigen. Ik begrijp aan de andere kant hartstikke goed dat ze het fractievoorzitterschap wilde stopzetten. Dat had ze inmiddels een tijd gedaan en nadat de onderhandelingen voor een beter kabinet in 2010 tot haar teleurstelling strandden is het overdragen van het leiderschap over je fractie aan een nieuw gezicht een begrijpelijke consequentie.

Maar zou Halsema’s overweging te stoppen niet stiekem dezelfde zijn geweest als die van Verhagen? De ‘onmogelijkheid’ om een stap terug te doen in de politiek? Openlijk van leider een stap terug te doen tot gewoon Kamerlid? In de media worden dergelijke politici al snel ‘beschadigd’ verklaard. Ik vind dat de grootste onzin. In de top van het bedrijfsleven gaat dit ook te vaak verkeerd, maar in een geoliede organisatie zouden mensen moeten kunnen promoveren en een stap terug kunnen nemen zodat iedereen altijd op de meest geschikte plaats zit.

Toen Jan Marijnissen het stokje bij de SP doorgaf aan Agnes kant bleef hij wel in de kamer actief. Hoewel iedereen vreesde voor grote bemoeizucht – op dat moment heerste een beeld van een dictatoriaal Marijnissen-regime binnen de SP – hield Marijnissen zich over het algemeen op de achtergrond en liet Kant het belangrijkste gezicht van de partij bepalen. Helaas bleek Kant niet de gedroomde SP-voorvrouw en al snel maakte ze plaats voor de gezellige loebas Emile Roemer. Omdat het aftreden van Kant ook gepaard ging met een mental breakdown was haar vertrek misschien onvermijdelijk, maar laat gezegd zijn dat het parlement daarmee ook een van haar meest vakkundige zorgwoordvoerders ooit verloor.

Na eerst de PvdA en nu het CDA is er ook binnen GroenLinks een grote kans op verkiezingen om de nieuwe lijsttrekker. Daar verheug ik mij op! Hoewel ik veel bewondering heb voor het resultaat dat Jolande Sap uitonderhandelde in het lenteakkoord, vind ik het niet onvoorstelbaar dat er een nog meer charismatische kandidaat opstaat voor het lijsttrekkerschap. Of Tofik Dibi die persoon is zal blijken. Meer keuze lijkt me hier in ieder geval beter.

Wel hoop ik het volgende: de afgelopen jaren heeft Sap zich als een hele sterke econome binnen de fractie gepresenteerd. Mochten de GroenLinks-leden besluiten dat een andere kandidaat het verhaal bij de verkiezingen met meer oprecht enthousiasme kan ventileren, dan hoop ik dat Sap als econome in de fractie blijft. Het plezier waarmee ze stelt de strijd aan te gaan wekt wat dat betreft vertrouwen.

Politici die zichzelf beschadigd zien als ze een stapje terug moeten doen voor een groter belang zitten volgens mij niet op hun plek in het parlement. In het Nederlands parlement behoor je het landsbelang te verdedigen, je eigen imago pimp je maar lekker op Facebook.

Joep Bos-Coenraad: Verongelijkte bèta’s

Ik ben een bèta. Dat is op zich niet zo’n ramp. Zo ben ik misschien geboren, misschien is het ook wel een omgevingsafhankelijke ontwikkeling. Exacte wetenschappen fascineren mij. Veel geneuzel in de marge van wat echt belangrijk is overigens ook hoor – maar daar gaat het nu niet om.

Hun wetenschapsdomeinen geven alfawetenschappers niet zoveel identiteit als de exacte wetenschappen de bèta’s, is mijn constatering. Let overigens wel, alle niet-bèta’s zijn alfa’s voor bèta’s. U mag natuurlijk best onderscheid maken, wij bèta’s doen dat niet.

Met de nodige minachting kijken bèta’s vaak neer op alles dat bang is voor formules of onhandig met abstractie. De sociale kloof tussen de bètawetenschappen en ‘het overige’ is voor mijn gevoel groter dan tussen alle andere denkbare disciplines. Alleen de medische wetenschappen, wijsbegeerte en biologie kunnen her en der bij de bèta’s nog op enige acceptatie rekenen, waarbij overigens moet worden opgemerkt dat zo nu en dan biologie ook tot de bètavakken gerekend wordt.

Toch maken wij bèta’s de wereld er niet gezelliger noch ondernemender op met onze wij-zij-mentaliteit. Volgens mij zijn er grofweg twee argumenten te onderscheiden voor het bèta-isolement:

1: Sociale vaardigheden. De ‘sociale’ (mind the aanhalingstekens) interesses van bèta’s beperken zich veelal tot nerdy zaken, maar wat het gespreksonderwerp ook moge zijn: bèta’s communiceren daarover het meest natuurlijk met lotgenoten. Mensen die tenminste enig idee hebben hoe shit werkelijk werkt.

2: Verongelijktheid. Bèta’s die bij tijd en wijle wel uit hun veilige Startrek-lobby komen, zien dat studenten bij andere studies volop tijd overhouden voor leuke sociale activiteiten. De grootste nachtmerrie voor de bèta is echter om na het afstuderen te moeten werken onder leiding van een vers afgestudeerde – in zijn ogen inherent aankeutelende – alfa. Het prototype managementwetenschapper vol praatjes, maar zonder noemenswaardige aanvullende skills. Op een of andere manier zijn wij bèta’s überhaupt niet zo goed met autoriteit.

Deze nachtmerrie, waar iedere rechtgeaarde bèta ‘s nachts badend in het zweet wel eens wakker mee schrikt, zorgt ervoor dat de bèta zich bij voorbaat wil afzetten tegen alfa’s in de vrije buitenwereld – de alfa die zich in zijn onschuld overigens veelal van geen kwaad bewust is. De bèta wreekt zich op de generieke alfa, vernietigt daarmee alle mogelijke wederzijdse goodwill en kan zodoende niet anders dan terugvallen op het sociale contact met mopperende lotgenoten.

En zo blijft de hardwerkende verontwaardigde bèta steken in het isolement, veilig vervreemd van de buitenwereld die op haar beurt weer neerkijkt op de mensenschuwe arrogante bèta.

Joep Bos-Coenraad: Houd de vrouw van Wilders er buiten

In online discussies over Oost-Europeanen laten Wilders’ critici haar steevast de revue passeren: de Hongaarse echtgenote van Wilders. Dat Wilders haar – terecht – niet in verband brengt met de verwerpelijke PVV-Polen-verklikservice maakt hem nog niet hypocriet. Ik roemde verstokte roker Ab Klink destijds juist vanwege de invoering van zijn slagvaardige rookverbod. Het liefst had ik mevrouw Wilders ook buiten deze column gehouden, maar toen zelfs Ramsey Nasr afgelopen zaterdag haar paspoort in zijn opiniestuk in NRC Handelsblad besprak, was voor mij de maat vol: houd de vrouw van Wilders er buiten!

De vrouw van Wilders neemt geen deel aan de discussie en verdient, zoals iedereen, haar privacy. Dat zij toevallig een relatie heeft met de PVV-leider maakt haar nog niet schuldig. In dit land is het gelukkig toegestaan om een relatie te onderhouden met politici, zonder daarmee zelf voor de spotlights te kiezen. Van een ‘er zelf voor kiezen’ is geen sprake. Sommige mensen voelen zich aangetrokken tot een machtig persoon en sommigen worden verliefd op iemand ondanks de publieke status. In haar geval tasten we in het duister.

Eigenlijk vind ik dat heel mooi, dat ook de vrouw van misschien wel de meest gehate persoon in Nederland haar privacy redelijk weet te behouden. Dat gun ik haar en haar man tot wiens achterban ik zeker niet behoor, ook. Dat politici en hun partners – wier verderfelijke uitspraken enkele extremisten niet bevalt – reeds in een isolement tussen beveiligers moeten leven, is al droevig genoeg.

De referenties naar Wilders’ echtgenote zijn ook helemaal nergens voor nodig. Zijn flinterdunne frustratie-argumentatie behoeft geen verwijzingen naar zijn persoonlijke levenssfeer om ze door te prikken. Iemand die verwijzingingen naar andermans partner, sekse, naam, geaardheid, familie of uiterlijk inzet om een punt te maken diskwalificeert daarmee over het algemeen vooral zichzelf.

Joep Bos-Coenraad: Brutale apps

Androiders! Jullie kunnen nu ook Instagrammen‘, zo luidde een kop op nrc.nl deze week. Een uitgelezen moment om, als Android-beller, ook eens uit te proberen wat de Apple-fanboys (m/v) al een tijdje zo enthousiast bezigen. Een makkelijke applicatie om foto’s van een mooi ouderwets of andersoortig sausje te voorzien. Maar Instagram bleek niet voor mij.

Net als Facebook, WhatsApp, DrawSomething en andere populaire apps, wil Instagram privacygevoelige informatie van mijn telefoon uitlezen voor een – naar mijn inschatting – niet-cruciale feature van het programma. Zo wil Instagram specifiek het volledige adressenbestand op mijn telefoon kunnen uitlezen. Nieuwe Facebook-updates willen bovendien toegang tot mijn sms-conversaties.

EXCUSE ME!? Ik vind dat nogal wat! Daaruit blijkt niet alleen met wie ik allemaal contacten onderhoud, maar ook wat hun telefoonnummers, e-mailadressen, postadresgegevens en soms nog aanvullende persoonlijke gegevens zijn. Moet ik dat cadeau geven aan een commerciële club, alleen in ruil voor een bescheiden programmaatje?

Ja, natuurlijk kennen wij in Nederland het College Bescherming Persoonsgegevens en ook internationaal zijn er privacywaakhonden die zorgvuldig gebruik van onze privacygevoelige data zouden moeten afdwingen. Maar je kunt daar natuurlijk nooit voor honderd procent op vertrouwen. Iedere serieuze IT’er is zich daar bewust van: privacy bescherm je veel beter aan de voordeur dan aan de achterdeur!

In dat kader vind ik het eigenlijk zorgelijk dat al zo’n groot percentage van mijn vrienden klakkeloos op `Download en install’ klikt bij allerhande onnozele applicaties. Ben ik dan echt zo’n wantrouwende privacyfreak? Zo’n vreemd principe is het toch niet om andermans neus uit onze contactinformatie te houden?

Nog frustrerender is het misschien wel dat een groot deel van de gevoelige informatie die mijn telefoon huisvest al lang gedeeld is door enkelen in ditzelfde adressenboek. Soms nota bene onder het credo ‘ach ze weten toch bijna alles al via anderen’.

Dat zoveel mensen hun eigen privacy ‘verkopen’ voor een gratis app vind ik teleurstellend, maar onderdeel van eenieders vrijheid. Dat tegelijkertijd persoonsgegevens van vrienden en relaties, die veronderstelden dat hun gegevens in vertrouwde handen waren, schaamteloos worden verstrekt aan derden baart me zorgen.