Joep Bos-Coenraad: Mannen eten geen sla

Een man die gedisciplineerd vlees en vis weigert waarvan de herkomst geen blijk van beschaving geeft, krijgt het zwaar te verduren. Hoewel ik mij inspan om in sociaal verband terughoudend te oordelen over andermans eetgewoontes, wordt mijn consumptiepatroon met grote regelmaat ter verantwoording geroepen en beoordeeld. Er mankeert van alles aan.

Wellicht maken de studentikoze kringen waarin ik verkeer het extra problematisch – omdat mijn omgeving zich zelden compensatoire auto’s kan permitteren – maar een significant deel van de Y-chromosoom dragende mens lijkt bergen goedkope spareribs nodig te hebben om een miezerig knakworstje te compenseren. Vrouwen zijn wat dat betreft gelukkig volwassener. De vlees-evangelisten zijn zonder uitzondering puberale mannen die kennelijk iets te bewijzen hebben.

Toch wil ik een eindje met de ordinaire brulapen meegaan door te stellen dat een groot deel van de vegetarische keuken inderdaad niet overloopt van stoere mannelijkheid. De oorzaak daarvan is tweeledig. Ten eerste ontstaat er een onbevredigend vacuüm in verschillende gerechten die eenvoudig met een lekker stukje vlees tot een succes kunnen worden gemaakt. Ten tweede is de meerderheid van de vegetarische koks vrouwelijk, al moet ik voor deze laatste stelling het bewijs schuldig blijven.

Aangezien ik toch seksistisch aan het generaliseren ben, gaat de rest van mijn betoog over de vraag: wat doen vrouwen om een gehandicapt recept op te leuken? Antwoord: … Die stoppen daar allemaal friemeltjes in. Als ware het gerecht een make-up-Barbie, worden er truttige opleuk-eenheden aan toegevoegd. Zongedroogde tomaatjes, pijnboompitjes, olijfjes, vegetarische gehaktballetjes, cherrytomaatjes en last but not least: salades.

Allemaal leuk en aardig, maar zo schiet het met de dieet-ontwikkeling van de primitieve man natuurlijk niet op. Salade van slappe blaadjes is een vrolijke decoratie van het bord, maar het wil niet echt vullen hè?

Daarom een paar tips voor het man-vriendelijker maken van uw vleesloze prutjes:

1: Als ingrediënten nog rauw zijn, paneer ze en frituur ze.
2: Als een ingrediënt minder dan 100 gram weegt, kan het nooit veel zoden aan de dijk zetten. Gewoon niet gebruiken dus.
3: Wil je tegen mijn advies in toch rauwkost serveren, maak dan een mannen-sla met ouderwetse ingrediënten die vullen: aardappelen, geraspte kool en uien. Breng de boel op smaak met krachtige mosterd of azijn.
4: Kruid stevig! In India zeurt niemand over te weinig vlees in het eten.
5: Als ingrediënten nog steeds rauw zijn, frituur ze opnieuw.
6: Serveer met bier.

Smakelijk eten!

Joep Bos-Coenraad: Waarom de #Studierecht-demo tegenviel

De plannen van Zijlstra zijn zodanig kortzichtig dat niet alleen de beroepsprotesteerders van de SP zich daarover kunnen opwinden. Helaas bleek dat niet uit de #Studierecht-onderwijsdemonstratie die op dinsdag 20 maart in Nijmegen plaatsvond. Dat is jammer en dat had zeker niet gehoeven.

Oké, eerlijk is eerlijk, de gemiddelde magnetronstudent – dit kabinet is er gek op – heeft niet zoveel zin om op te komen voor wat belangrijk is. Gewoon zonder weerstand vreten wat er in de schappen ligt is wel zo makkelijk. Toch is niet iedereen die zich buiten de politieke flanken bevindt cynisch of wars van idealisme, zoals D66′er Thijs Kleinpaste de echoboomers treffend beschreef.

Als er iets is waar de protestactie wel in slaagde, dan is dat het afschrikken van strijdbare individuen uit het politieke midden of zelfs rechts daarvan. Ondanks het prachtige weer leek het alsof zelfs alle PvdA-stemmers thuis waren gebleven. Oh, ze waren er vast wel hoor en wie goed zocht kon zelfs een handjevol opgedofte Carolingers onderscheiden, waarvoor hulde, maar het was onvoldoende om het beeld van verongelijkte anarchisten te compenseren. Helaas. Want al zijn alle deelnemers als mensen natuurlijk gelijkwaardig, hun bijdragen in de beeldvorming zijn dat niet.

Hoewel ik de inzet van de organisatie in de eerste plaats waardeer, kan ik als kritisch columnist helaas niet anders dan hier ook een en ander bij op te merken. Vergeef het mij.

Om te beginnen: de posters en de flyers. Voor een perfecte demonstratie is een goede aankondiging een noodzaak. Posters waar een gemiddelde Rus uit 1960 bij denkt ‘nou nou, dat is wel een heel ouderwets communistisch pamflet’ zijn dan misschien niet ideaal. Ook het beplakken van universiteitsgebouwen en informatieborden stoot mensen af. Bovendien zou ik de prominente profilering van (jongeren-)oppositiepartijen op het promotiemateriaal achterwege laten. Supertof dat zij hun achterban weten te motiveren mee te doen met de demonstratie, daar lenen politieke partijen zich natuurlijk uitstekend voor, maar een stemmer op een ontbrekende partij zal zich hierdoor vaak niet meer aangesproken voelen. En dat is zonde. Er zijn immers ook duizenden Nijmeegse studenten die wel rechts stemmen zodat pappie en mammie ongemoeid op hun zak met geld kunnen blijven zitten, maar tegelijkertijd deze aftakeling van het onderwijs toch wel erg ver vinden gaan.

Dat de SP iedere protestactie kaapt om zichzelf te profileren is bekend. Ook GroenLinks en de PvdA maken zich daar regelmatig schuldig aan. Dat kun je moeilijk verbieden, maar probeer als organisatie neutraal te blijven. Concentreer je op de inhoud en probeer partijpolitiek als organisatie te overstijgen. Een betrokken ‘rechts stemmende’ student in de organisatie, die ik tot mijn grote verbazing in een SP-hesje aantrof, maakte het plaatje compleet. ‘Ze hadden mij een neutraal hesje beloofd, maar dat bleek een binnenstebuiten gekeerd SP-hesje’. Oh ja, nu zie ik het, je draagt ‘m binnenstebuiten, dan telt het natuurlijk niet.

Lieve organisatie. Nogmaals, ik sta achter jullie, daarom liep ik vandaag ook mee. Maar ook voor de meeste weldenkende CDA- en VVD-stemmers maakt Zijlstra het veel te bont. Zullen we hen er de volgende keer ook bij betrekken? De beroepsdemonstranten van de SP en uit de kraakbeweging weten ons toch wel te vinden. Op deze manier maken we het de fopjournalisten met de roze plopkap wel heel erg makkelijk.

Joep Bos-Coenraad: Witte tasjes

Het einde van de winter is daar! Het leek een eeuwigheid te duren, maar we hebben het weer overleefd. Als ik rond zessen ‘s avonds naar huis fiets is het nog licht en dat stemt mij vrolijk. We kunnen weer als amateur-uiltjes rondkijken terwijl we ‘s avonds huiswaarts trappen. Mijn oog valt op witte plastic tasjes aan de sturen van mijn medeweggebruikers. Lonkend kraken ze me toe: ‘Oehhh bestel mij! Bestel mij! Ik ben een lekkere vette loempia. Je gaat toch zeker niet zelf koken?’.

Laat ik er maar niet omheen draaien: ik ben VERZOT op Chinees. Chinees eten tenminste. Maar ook pizza, frietjes, falafel en take-a-wok-for-go-afhaalmaaltijden gaan er hier in als koek. Omnomnomnom. Zeker twee keer per week besteed ik het maken van mijn diner graag uit en liever nog vaker. Waar blijft eigenlijk de ‘afhaal paella-toko’? Paella is het Spaanse Chinees en leent zich uitstekend voor een take-away.

In veel landen is het heel gebruikelijk om eten af te halen of om buiten de deur te eten. Daar redeneert men dat een half uur betaald doorwerken meer oplevert dan die tijd zelf in de keuken staan knoeien. In Nederland is dat helaas anders. Niet alleen zijn de prijzen in onze horeca astronomisch hoog, we kennen ook een enorm vacuüm tussen ‘de afhaalchinees’ – voor mij toch het hoogst haalbare in de witte tasjes – en ‘eenvoudig uit eten’.

In Tsjechië schoof ik aan bij een houthakker en een machinist – beiden nog in hun werkkleding – die aan een lange houten picknicktafel-met-keukenzeil zaten. In Indonesië at ik bij kleine karretjes aan de kant van de weg waar lekkere nasi en bami wordt afgebakken met, als je geluk hebt, heerlijke gefrituurde cassave. Flesje lauwe Coca Cola erbij, heerlijk. In Aziatische Chinatowns worden hele straten afgezet en komen er uit alle windhoeken kraampjes en stalletjes tevoorschijn waar ze voor een paar centen de lekkerste gerechten met verse ingrediënten bereiden.

Dat is het goede leven mensen! Tenminste, waar het eten betreft! Het hoeft niet altijd haute cuisine. Het kan ook gewoon eenvoudig, lekker en toch vaak voedzaam. Bovendien kom je buitenshuis nog eens iemand tegen. Hmwôôôâhh gezellig! Wanneer opent Nijmegen haar eerste food street?

Joep Bos-Coenraad: Het openlijke Brabanderschap

Als Nijmeegse student ontkom je er niet aan: veel van mijn studievrienden komen uit Brabant. Of Limburg, dat is mij om het even. Ik bedoel… Zweden en Noorwegen: ze weten zelf ongetwijfeld precies waarom ze totaal verschillend van elkaar zijn, maar voor de rest van de wereld zijn het natuurlijk gewoon ‘die gasten daar linksboven’. Enfin, zo ook de Brabanders. Waarmee ik natuurlijk op de Noord-Brabanders doel, niet die zotte Belgen. En waarom noemen ze Noord-Brabant niet gewoon West-Brabant, dan kunnen we wat nu Limburg heet Oost-Brabant noemen.

Anyway.

Brabanders dus. Meestal sympathieke mensen die wel van een pilsje, een hapje en een grapje houden. Ik ook, dus dat is mooi. De hoog opgeleide exemplaren spreken over het algemeen aardig Engels, dus daarmee verstaan we elkaar prima.

Toch is mij de afgelopen jaren een ontwikkeling opgevallen. Een jaar of tien geleden waren Brabanders nog openlijk trots op hun roots. Op hun gezellige levensstijl met hun Bourgondische eetgewoontes.

Het kan aan mij liggen, maar ik heb het idee dat de Brabander minder trots op zijn achtergrond is geworden. De eerste scheurtjes ontstonden voor mijn gevoel nadat het Brabantse genie Theo Maassen de PSV-supporters vakkundig degradeerde tot ‘de domste supporters van Nederland’, met hun ‘Eindhoveuhh Eindhoveuhh Eindhoveuhhh, Eindhoveuhh Eindhoveuhh Eindhoveuhhheuhhh, ‘een lied waarin het enige woord verkeerd beklemtoond wordt’. Niet helemaal eerlijk natuurlijk, want ook veel figuren van boven de Brablandsgrenzen komen op PSV af.

Toch is de degradatie van het merk Brabant de afgelopen jaren in een stroomversnelling geraakt. Daarvoor zijn twee belangrijke redenen. De eerste is ook al niet helemaal eerlijk, omdat het bijna uitsluitend uit Oost-Brabanders (voorheen Limburg) bestaat, maar dat is de politiek. Bij Brabant denkt de noordelijkere Nederlander tegenwoordig vooral aan alle CDA-ministers en parlementariërs die elkaar en alle andere boeren in Nederland op slinkse wijze iedere bal toespelen. Om natuurlijk nog te zwijgen over de prins carnaval van dit kabinet: de grote dwaze blonde Geert.

Al met al is Oost-Brabant niet verantwoordelijk voor het absolute nekslagje van het gezellige Brabantse imago. Dat heeft de Brabander namelijk te danken aan de nieuwe Oost-West-Brabantse hoofdstad van het verenigde Brabant: Maaskantje. De ordinaire ‘New Kids’ maken een karikatuur van de Brabander waar Koot en Bie nog een puntje aan konden zuigen. Durf daarmee als academicus in je sollicitatiebrief aan het KNMI nog maar eens te vermelden dat je een gezellige Brabander bent.

Maar lieve Brabanders. Niet getreurd, er komen betere tijden. Het CDA is kleiner dan ooit en ook de New Kids hebben een eindige houdbaarheidsdatum. Het imago van de groep wordt meestal verziekt door een klein maar luidruchtig groepje, maar de Brabander kan gelukkig tegen een stootje.

Volgende week is het carnaval en dan bloeit de Brabantse cultuur weer even op zoals men dat hen nergens anders nadoet. Daarna wordt het nog even stiekem in de avonduurtjes ABN oefenen voor die mooie baan, maar neem er gewoon een lekker wijntje en dito kaasje bij, want het komt allemaal weer goed. Kut!

Joep Bos-Coenraad: De opvolger van Cohen. Durft de PvdA te kiezen?

Gisteren trad Job Cohen af als Kamerlid en fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid. Een sympathieke man, maar als fractievoorzitter van de grootste oppositiepartij kwam hij slecht uit de verf. Hoezeer hij zijn best ook deed.

Dijsselbloem past even op de PvdA-winkel,maar blijft dat niet voor altijd doen. De vraag is dus: wie gaat Cohen opvolgen? Wordt het Frans Timmermans of Diederik Samsom? Of misschien toch Plasterk? Dat de sprankelende Mariëtte Hamer terugkeert lijkt me onwaarschijnlijk. De PvdA raadpleegt eerst haar leden. Prima plan, ervan uitgaande dat de fractievoorzitter straks ook lijsttrekker wordt.

Wie is de beste kandidaat?

Dat hangt er vanaf wat de PvdA werkelijk wil. En dat weet niemand. Wat dat betreft is de PvdA niet veel meer dan het CDA op links. Een banencarrousel voor conservatieve twijfelaars.

Heel sociaal, want het moet allemaal veel socialer van de PvdA, maar als puntje bij paaltje komt wil men vooral niet te intensief samenwerken met de SP. De PvdA is ook héél vrijzinnig, behalve als een primitieve haat-sjeik iets wil zeggen wat de PvdA stom vindt. Dan veranderen de betuttelende parlementariërs in rechters en landsgrenzen in ijzeren gordijnen.

Kortom: tot aan de verkiezingen waait de PvdA een beetje met alle winden mee, om vlak voor de verkiezingen de linkse stemmer op te roepen toch vooral op de PvdA te stemmen zodat deze partij vooral toch weer de grootste wordt. Want tja, hoe kan de linkse stemmer nou tegen de PvdA zijn? Wat is er immers om tegen te zijn? Dat is hetzelfde als zeggen dat je water vies vindt smaken, of stikstofgas vindt stinken.

Toch staat de PvdA voor een belangrijke keuze. Links vindt men een SP die groter en bedreigender is dan ooit, maar rechts vindt men de ontheemde kiezer die ooit CDA stemde, maar nu met gewetensbezwaren kampt.

Als het de PvdA erom te doen is om de grootste partij op links te worden, dan poogt ze met idealist Diederik Samsom aan het roer wat idealistische stemmers van de SP en GroenLinks af te snoepen om zo op links opnieuw de grootste te worden, maar met een verhoogd risico op een nieuw PVV-kabinet.

De PvdA kan ook gaan voor een meer zakelijke koers waarmee ook de ex-CDA’er kan worden verleid. In dat geval kiest ze voor de Ivo Niehe van het parlement: Frans Timmermans. Daarmee maakt de PvdA, al met al weinig meer dan een linksige middenpartij, volgens mij ook het beste duidelijk waar ze voor staat. Op de momenten dat de PvdA ergens voor staat natuurlijk.

Ervan uitgaande dat de PvdA – zoals gewoonlijk – heus niet zal kiezen op inhoud maar op strategie, dan kan ze kiezen voor een eerlijke, maar misschien wel wat truttige, profilering op het midden, of voor een misleidingtactiek om de piekende SP een halt toe te roepen. Maar zoals een jagerswijsheid luidt: als je op twee konijnen jaagt zul je ze beiden verliezen (vrij vertaald naar Civilization III).

Stel echter dat de PvdA niet op strategie, maar op inhoud en uitstraling haar nieuwe fractievoorzitter kiest, dan is er feitelijk maar één degelijke, uitgesproken kandidaat in de Kamer, en dat is Ahmed Marcouch. Marcouch is eigenlijk de enige PvdA’er met ballen, iemand die altijd zonder blikken of blozen en zonder wollige taal zegt waar het op staat, ook als het eens iemand tegen de borst kan stuiten. PvdA’er Marcouch durft te kiezen, maar durft de PvdA’er Marcouch te kiezen?

 

Joep Bos-Coenraad: Asociale media

Hyves, Facebook, LinkedIn of Google+? Social media. Wie doet er niet aan. Maar wat is de beste? Welke ‘moet het worden’? Een nutteloze discussie. GEEN van deze media moet het worden. Alsjeblieft.

Hyves is een peuterspeelzaal waarvan de winst naar de Telegraaf Media Groep gaat, daar heb ik niks te zoeken.

Facebook suckt bigtime. Laten we eerlijk zijn, de mobiele app eist het recht om SMS conversaties en adressenboeken uit te lezen, iets dat verre van noodzakelijk is, en de trage web-interface wordt continu tegen de wens van de gebruikers in gewijzigd zodat deze door Zuckerberg beter kunnen worden geëxploiteerd. Dankzij Facebook kent iedereen het treffende citaat ‘If you’re not paying for it, you’re the product’. Facebook is de kroeg waar al je vrienden zijn, maar waar het bier naar pis smaakt en de muziek ruk is.

De populariteit van LinkedIn heb ik al helemaal nooit begrepen. Aan de ‘ons-likt-ons’ website is geen letter professioneel. Om eerlijk te zijn schaam ik me ervoor dat wie mijn naam googled bij de eerste tien resultaten deze matenpaaiers vindt.

En dan is er nog Google+. Een social network waar ik eigenlijk nog het meest teleurgesteld in ben. Niet per se omdat het slechter is dan de voorgaande meuk, maar omdat het eigenlijk tegen de reputatie van Google in is om dit niet goed te doen. Google+ is die pretentieuze nieuwe lounge op de universiteit die erg duur was, maar waar niemand komt.

Want wat is er aan de hand? Sociale netwerken komen en gaan, maar sociale relaties wil je houden. Maar momenteel zijn alle populaire social media besloten clubjes. En dat is eigenlijk bespottelijk. Stel je voor dat hotmailgebruikers alleen met hotmail mochten e-mailen, en Telfortabonnees alleen met andere Telfortabonnees mochten bellen. Dat is godzijdank niet zo. Er is een helder gedefinieerd protocol waarover kan worden gecommuniceerd ongeacht de partij die je faciliteert. Een zogenaamd gedistribueerd sociaal netwerk. Want waarom zou een Google+ gebruiker JoepBC@Facebook.com niet kunnen toevoegen? Voor meer dan 99 procent doen alle social media exact hetzelfde: het beheren van een profiel, de mogelijkheid tot het plaatsen van updates bij jezelf of een ander en het delen van filmpjes en plaatjes.

Op dit moment is, hoezeer Zuckerberg zijn best ook doet haar gebruikers te beledigen, Facebook het populairst. Ik conformeer mij daar ook aan want ik wil daar zijn waar ik mijn vrienden tref. Maar diep van binnen wringt het. Wat doen social media bij asociale exploitanten?

Joep Bos-Coenraad: Tussendoortjesprotocol

‘Meefter! Mag ik plaffen?’ ‘Nee, kleine Joep, je heb 30 minuten geleden nog pauze gehad, dan had je toen maar moeten gaan.’ ‘Noouu zeg! Vet stohom!’

Zo ging dat ruim 20 jaar geleden op mijn basisschool en mogelijk gaat het vergelijkbaar op de universiteit. Immers Toiletbezoek tijdens het tentamen wordt geregeld door de surveillant, zo schrijft het kakelverse protocol ‘Surveillance tijdens tentamens’ voor FNWI studenten. Ach ja, dat zal verder wel loslopen. Van een geneeskundestudent begreep ik dat zij 4 uur durende toetsen dienen te maken zonder toiletbezoek, als daar geen vooraf gemelde fysieke aanleiding toe is. Nu slaan tentamens die 4 uur duren naar mijn mening sowieso nergens op. Na 3 uur ploeteren zonder pauze is de gemiddelde pijp toch wel leeg. Maar 4 uur, en dan ook nog eens zonder toiletbezoek. Ik geef het ze te doen!

Maar goed. Discussiëren over pies en poep is voor baby’s, dus ik scroll snel verder door dit prachtige protocol. Want wat doet een mens nog meer tijdens langdurige inspanning? Eten!

En godzijdank. Dat is ook geregeld!

Eten en drinken zijn tijdens het tentamen toegestaan, maar dienen voor aanvang van het tentamen op tafel te staan. Het is niet toegestaan om tijdens het tentamen eten en/of drinken uit tassen of jassen te halen. De hoeveelheid en aard van het eten en drinken moeten het karakter hebben van een tussendoortje.

Yes! Studenten mogen hun reserves aanvullen tijdens een tentamen! Dikke vette winst! Maar… wat… moet het karakter hebben van een tussendoortje? Wat is dat nou voor voorwaarde? Wat voor karakter heeft een tussendoortje? Sympathiek? Spontaan? Is het onderwijscentrum wellicht gesponsord door Breaker ‘het tussendoortje dat altijd tussendoor kan?’ en mag er alleen nog maar aan de krakende Breaker-zakjes gelurkt worden? Waarom zou de universiteit willen voorschrijven wat men wel of niet mag eten?

Dat heb ik me oprecht afgevraagd. Ik krijg altijd een bijzonder kriegelig gevoel wanneer beleidsmakers zich met dergelijke details bezighouden. Een collega FNWI-er wist mij te vertellen dat de natuurkundigen de schuldigen waren. Het zal ook eens niet: de metalheads zouden met bakken frituur aan hun tentamens zijn begonnen. Maar het zou me verbazen als zij een grote friet oorlog niet het karakter van een tussendoortje wisten toe te dichten. En geef ze eens ongelijk, frituur kan altijd tussendoor!

De opstellers van het document hebben medestudenten waarschijnlijk willen behoeden tegen overlast van schranzende nerds, maar daarvoor een wat raadselachtige beschrijving gekozen die bovendien nogal bemoeizuchtig overkomt. Als het protocol gewoon voorschreef dat het consumptiegedrag geen overlast mocht veroorzaken, dan had mijn bèta-column waarschijnlijk niet het karakter van een augurk gehad: een zuur tussendoortje.

Joep Bos-Coenraad: De TU Delft liegt niet

Studies aan de TU Delft worden makkelijker. Zo luidden de krantenkoppen vorige week. Hè hè! Eindelijk een instelling die het toe durft te geven. Natuurlijk holt de kwaliteit van onderwijs achteruit wanneer men daar niet in investeert en kwaliteit wordt gemeten in aantallen diploma’s in plaats van de inhoud daarvan. Vanzelfsprekend keldert het niveau mee als het instapniveau waarmee aankomende studenten de middelbare school verlaten de afgelopen decennia sterker is gedaald dan de waarde van Griekse staatsobligaties. Eén plus één is twee.

En dan wil ik nog zwijgen over de studenten die een intensieve bijbaan naast hun studie nodig hebben om zich niet al te diep in de schulden te werken. Helemaal nu tegenwoordig ook de kans op een hypotheekkeldert bij een hoge studieschuld.

Dapper en terecht dus, dat de TU Delft dit toe durft te geven. Voor niets gaat de zon op en in Delft worden bovengemiddeld veel intensieve en pittige studies aangeboden, dus als er één instelling is waar dit statement gemaakt moet worden…

Bij enkele opleidingen zou tot 15 procent van het programma worden geschrapt zodat het studietempo omhoog kan. ‘De TU Delft staat met de rug tegen de muur. De enige manier om aan de wensen van de politiek te voldoen, is te zorgen dat studenten dan maar minder leren’, zo stelt VSSD(de Delftse studentenvakbond)-voorzitter Mariska Heidema terecht.

Wat ik betreur is dat de TU de indruk tracht te wekken dat de student en diens uiteindelijke werkgever niet onder de maatregelen zullen lijden. Er wordt voorgehouden dat er alleen maar overbodige onderdelen worden geschrapt, de nice to have’s, die de student eigenlijk nooit echt nodig heeft gehad. Maar gelooft u het?

Zou het imago van de universiteit er wellicht mee te maken kunnen hebben? Als oriënterende scholier is het misschien minder interessant ergens te gaan studeren waar men openlijk toegeeft concessies te hebben gedaan aan het onhoudbare hoge niveau van de opleiding. En toch zou men dat moeten doen, juist bij de intensieve topopleidingen, want die worden het hardst getroffen door de rendementenfetisj.

Al deze opleidingen hebben wegens bovengenoemde redenen het niveau de afgelopen jaren zien dalen en zien dat momenteel in een stroomversnelling raken. Maar iedere instelling houdt vol ‘geen concessies te doen aan de topkwaliteit’. KUL!

Lieve bestuurders, draai er toch alsjeblieft niet omheen. Zijlstra heeft ook u in zijn wurggreep, omdat u zonder instroom de balans niet kunt redden! Maar al uw topdocenten zullen het desgevraagd bekennen: ‘we leveren kwaliteit in, jaar in jaar uit’. Dat is niet leuk om te ventileren en zolang uw conculega-bestuurders er omheen blijven draaien zal het u ook aanwas kosten. Maar is dat het hoogste goed? Of willen we eerlijk zijn over de kwaliteit van ons hoger onderwijs, in de hoop dat het ooit doordringt tot het ministerie?

Laten we de TU Delft stikken, of stellen de Delftenaren tenminste oprecht hoe de vork in de steel zit en zijn wij solidair met hen? I am Spartacus!

Joep Bos-Coenraad: Vaders vlijt

Volgens mijn vrienden zou ik enorme ambities voor mijn zoontje moeten koesteren, zo durf ik na 14 maanden vaderschap toch wel voorzichtig te concluderen.

Veel van deze vrienden hebben zelf nog geen nageslacht. In de meeste gevallen lijkt me dat ook erg verstandig, kinderen zijn natuurlijk geen speelgoed waar je je met je goedkope scharrel uit de kroeg aan wilt wagen. Toch is het leuk om te zien hoe geïnteresseerd ze zijn in het opgroeien van mijn kleine. Betrokken is soms een understatement.

‘Kan hij al lopen? Kan hij al praten? Hij is wel heel erg snel met alles, hè? Wat is hij groot en sterk, hè? Volgens mij is hij heel erg slim! Je bent zeker wel heel erg trots op zo’n knappe jongen!’

Voordat er misverstanden ontstaan: ik ben ook apetrots op dat lieve kleine aapje van me en ik waardeer alle belangstellende vragen en reacties ook! Maar om heel eerlijk te zijn: zo heel erg snel loopt en praat hij helemaal niet. Hij neemt eerder rustig de tijd voor die ontwikkelingen. ‘Take it slow, don’t rush it’, lijkt hij te redeneren. En gelijk heeft hij!

Dus de inschattingen van mijn vrienden zijn wat te optimistisch. So what? Nou niks natuurlijk. Weten zij veel, ik had ook geen flauw idee op welke leeftijd tandjes doorkomen, of wanneer dat soort kleine apparaten beginnen te lopen of brabbelen. Maar iets wat er volgens mij onder het oppervlak leeft, is de verwachting dat ik wil dat mijn zoontje overal de beste in is, of op z’n minst voorbeeldig. En om heel eerlijk te zijn had ik dat verlangen van mijzelf ook verwacht voordat de kleine geboren werd. ‘Dan ga ik iedere dag van alles met hem oefenen, kruipen, lopen, praten’, zal ik me waarschijnlijk voorgesteld hebben, ‘zodat hij straks overal geweldig goed in is!’

En het dagelijks spelend oefenen van van alles en nog wat, dat doe ik ook zeker. Hij is enorm nieuwsgierig, dus dat vindt hij ook geweldig. Maar ik doe het niet omdat ik hoop dat hij op alles bovengemiddeld presteert. Zolang er geen bezwaarlijke achterstanden op de loer liggen kan me dat eigenlijk ook nauwelijks schelen.

In plaats van me te concentreren op zijn maatschappelijk wenselijke ontwikkeling, laat ik hem liever zelf de prioriteiten kiezen. Er is bovendien zoveel meer dan we op het eerste gezicht onderscheiden: fysiek, sociaal, taalvaardig, rekenkundig of qua ruimtelijk inzicht.

Zolang hij maar zo onweerstaanbaar lief blijft en met zoveel interesse en inspanning van alles blijft proberen ben ik een trotse papa. Niet de prestatie, maar vooral de inspanning telt in dit huis. De rest van zijn leven zullen er nog veel teveel momenten volgen waar anderen hem zullen vertellen wat hij op welke manier moet doen.

Joep Bos-Coenraad: Kraken of barsten

De kraakbeweging in Nederland zorgt voor onderdak voor mensen die geen woning kunnen vinden. Krakers creëren op veel plaatsen ruimte voor kunstenaars; ze delen voedsel uit aan mensen die het slechter hebben en veel van hen zijn actief op het gebied van maatschappelijke zaken, zoals de anti-kernenergiebeweging.

Ik vind dit allemaal waardevol, maar toch geen reden waarom krakers zich andermans woningen zomaar moeten kunnen toe-eigenen. Dat neemt niet weg dat ik het betreur dat de leegstandwet is gewijzigd en kraken daarmee sinds 2010 verboden. De reden dat ik krakers het recht om te kraken liever had laten behouden, is omdat de woningmarkt er eentje is die met meer tuig is bezaaid dan de markt voor harddrugs, zo lijkt het haast.

Niet alleen de circulatie van bergen zwart geld, onderlinge prijsafspraken en speculatie op een goed waarvan mensen in een stad afhankelijk zijn, maakt een groot deel van de vastgoedsector tot clubje onsympathieke figuren. Het is ook een sector waarin veel handelaren weigeren verantwoordelijkheid voor hun eigendom te nemen. Een eigendom dat zowel schaars is als een primaire levensbehoefte. In een tijd van (aanhoudende) woningschaarste in Nederland, zouden woningen die voor langere tijd leeg staan namelijk, zoveel mogelijk tijdelijk, tegen gereduceerde kosten en rechten, moeten kunnen worden bewoond. De omstandigheden die krakers voorheen het recht gaven woonruimte te kraken waren vastgelegd in de algemene plaatselijke verordening van een gemeente. Ook momenteel bestaan er verordeningen die langdurige leegstand tegen trachten te gaan.

Maar wat is het resultaat van de nieuwe leegstandwet? Een veel minder efficiënt anti-leegstandbeleid. Want de overheid heeft er veel minder belang bij om woningeigenaren op hun verantwoordelijkheden te wijzen dan een kraakbeweging die binnen dezelfde legitimerende kaders handelt. Of zoals een mooie Engelse uitspraak het pijnlijk lijkt te illustreren: ‘the world is not against you, the world just doesn’t care’.

Waarom begin ik hier, zo lang na deze wetswijziging, nog over? Omdat de woningmarkt in veel opzichten nog steeds een potje is. Huurders worden nog op grote schaal afgezet. Iedere student kent ze wel: de huisbaas die zijn hurende student uitbuit. Veel te hoge huren, slecht onderhoud, nauwelijks brandveiligheid en afspraken die bij wet verboden zijn. Wist je bijvoorbeeld dat een makelaar of verhuurder geen bemiddelingskosten aan de huurder mag rekenen? Een makelaar mag de verhuurder bemiddelingskosten vragen, maar nooit de huurder. Toch accepteren studenten deze gang van zaken, gedwongen door een nijpend woningtekort. En dan nog: wat valt er te halen als je protesteert? Je kunt teveel betaald geld terugvorderen, dat zou iedereen ook altijd moeten doen, eventueel met hulp van Huurteams Nijmegen, maar dat kost veel energie en levert je altijd een minder prettige woonsituatie op dan wanneer zaken vanaf dag één in orde waren.

Net als bij leegstand, is de overheid in het geval van malafide verhuurders onvoldoende gemotiveerd, onvoldoende capabel of onvoldoende bezet om in te grijpen. De enige manier om dit daadwerkelijk op te lossen is, vrees ik, als het individu er baat bij heeft om de louche huisbazen te vinden en aan te klagen. De krakers hadden gratis woonruimte in het vooruitzicht als zij een woningeigenaar vonden die zich niet aan de regels hield, dat leek hen en woningeigenaren positief te stimuleren. Een ‘beloning’ voor het opsporen van malafide verhuurders zou analoog de huurmarkt sterk ten goede komen. Een stevige boete aan de verhuurder direct ten gunste van de huurder zou de maatschappelijke jacht op de huisjesmelkers openen. Niet om er te blijven huren, want wie wil er nu huren van een huisjesmelker? Maar om de sector op te schonen, zodat een volgende huurder wel met een goede verstandhouding met de verhuurder kan beginnen zonder zich af te laten zetten.

Zou minister Ivo-‘trap gerust je inbreker in elkaar’-Opstelten de macht van de gedupeerde hier ook willen versterken? Of kiest hij partij voor die arme hufterige huurbazen?